Universiteitsbibliotheek Bijzondere collecties Oosterse collecties Southeast Asia

Indonesische en Maleisische literatuur 1950-1970

Een tentoonstelling van recente aanwinsten in de Leidse Universiteitsbibliotheek 13-27 januari 1995, samengesteld door Marijke J. Klokke.

 

Inleiding

Deze tentoonstelling toont een selectie uit een recent verworven verzameling van Indonesische en Maleisische literatuur uit de jaren 1950-1970, afkomstig uit de privé bibliotheek van de emeritus hoogleraar Javaans, dr. J.J. Ras. Deze aanwinst is met name interessant, omdat hij een goed beeld geeft van de literatuur die tussen 1950 en 1970 in Indonesië en Maleisië verscheen. Naar eigen zeggen kocht professor Ras alles wat hij toen maar kon vinden.

1. Maleisische (her)uitgaven van traditionele Maleise teksten 

Het Maleis vervulde lange tijd de rol van lingua franca binnen het gebied van het huidige Maleisië, Singapore en Indonesië. Uit het Maleis ontwikkelden zich het Maleisisch (Bahasa Malaysia), de nationale taal van Maleisië, en het Indonesisch (Bahasa Indonesia), de nationale taal van Indonesië. Hier ziet u Maleisische (her) uitgaven van traditionele Maleise teksten, waaronder hikayats (prozateksten), syairs/sha'ers (gedichten) en dongengs (sprookjes).

2. Indonesische herdrukken uit de periode 1950-1965 van de Pujangga Baru

In Indonesië waren de Pujangga Baru (de nieuwe dichters) de eerste auteurs die gebruik gingen maken van westerse genres. Ze schreven het grootste deel van hun werk tussen 1920 en 1945. De meeste van hen waren Sumatranen, wier moedertaal het Maleis of een nauw aan het Maleis verwante taal was. Het in 1917 opgerichte Kantoor voor de Volkslectuur (Balai Pustaka), tot de oorlog een gouvernementsinstituut, gaf in de jaren '50 en '60 verscheidene herdrukken uit van vooroorlogse Indonesische romans. Tot de enkele niet-Sumatraanse auteurs behoren de Balinese auteur A.A. Pandji Tisna en de Molukse auteur L. Wairata.

3. Maleisische herdrukken uit de periode 1960-1970 van de Pujangga Baru

Een belangrijk thema in veel van de vooroorlogse Indonesische romans is het conflict tussen de oude adat (door gewoonte bepaalde gedragsregels) en een nieuwe westers georienteerde cultuur. Dit conflict uit zich het hevigst in de keuze van de huwelijkspartner. Meestal moet de ware liefde wijken voor een door de adat bepaald huwelijk. Dit heeft dan dramatische gevolgen, zoals al voorspeld wordt in veel van de titels (Salah pilih = Verkeerd gekozen, Korban perchintaan = Slachtoffers van de liefde, bijvoorbeeld). In deze vitrine: Maleisische herdrukken uit de jaren 1960-1970.

4. Werken van auteurs die tot de Angkatan 45 worden gerekend

Op 17 augustus 1945 kondigt Soekarno de Indonesische onafhankelijkheid af. Met deze gebeurtenis wordt een nieuwe generatie schrijvers geboren: de Angkatan 45 (de generatie van '45), jonge auteurs die dan een jaar of twintig zijn. Intens leven is hun credo. Ze storten zich in de gebeurtenissen van deze chaotische periode van vrijheid, revolutie en guerilla-oorlog. De meest karakteristieke representant van deze groep is de dichter Chairil Anwar, die in 1949 op 27-jarige leeftijd aan zijn eigen intense leven bezwijkt. Deze vitrine toont Indonesische en Maleisische eerste of latere drukken.

5. Vroege romans en verhalen van Pramoedya Ananta Toer in eerste of latere druk

Pramoedya Ananta Toer, de in het buitenland meest bekende Indonesische auteur, wordt wel gezien als de proza-schrijvende tegenhanger van de dichter Chairil Anwar. Hij sympathiseerde met het communisme dat steeds meer invloed kreeg in de eerste helft van de jaren '60, maar waarop, na de verijdelde communistische staatsgreep van 1965, een politiek taboe rust. Vanwege vermeende communistische indoctrinatie, zijn zijn boeken nu in Indonesië verboden.

6. Publikaties uit de periode vlak vóór en na de coup.

Kort na de mislukte staatsgreep, in 1966, begint Soeharto met het vestigen van zijn Orde Baru (Nieuwe Orde). In deze vitrine: publikaties ter gelegenheid van het 45-jarig bestaan van de communistische partij (PKI); een bundeltje nationalistische liederen, waarvan de eerste druk, van vóór de coup, een lied ter verheerlijking van de Nasakom (de door Soekarno gepropageerde eenheid van nationalisme, godsdienst en communisme) bevat, dat in de tweede druk, van na de coup, is weggeplakt; een boek over de coup en de erop volgende maatregelen; twee boeken waarin twee belangrijke programmapunten van Soeharto's nieuwe politiek uiteen worden gezet: geboortebeperking en onderwijs.

7. Angkatan '66.

Tussen 1955 en 1965 verschijnt veel goedkope literatuur, romannetjes en sterk ideologisch gekleurde verhalen, in klein formaat en op slecht papier. Met de politieke veranderingen breekt ook een nieuwe cultureel klimaat aan. Een aantal auteurs treedt naar voren, die door H.B. Jassin, een vooraanstaande Indonesische literatuurcriticus, Angkatan 66 (generatie van '66) zijn gedoopt. Sommigen van hen begonnen echter al eerder te publiceren en een aantal publiceert ook nu nog. Onder hen zijn de maatschappijkritische dichter Rendra, wiens eerste gedichtenbundel uit 1957 stamt, Nh. Dini, een van de meest vooraanstaande vrouwelijke auteurs, en Ajip Rosidi.

8. Roman picisan

De periode 1965-1970 biedt echter over het algemeen genomen weinig vernieuwing. De economische chaos waarin Soekarno Indonesië had achtergelaten had ook gevolgen voor de ontwikkeling van de literatuur. Het was financieel bijna onmogelijk om serieuzere literatuur uit te geven. De inflatie ging door. De kleine groep potentiële lezers had geen geld. Wel is er een markt voor de goedkope stuiversroman (roman picisan). De meest actieve auteur van dit genre is Motinggo Boesye, die gemiddeld acht boeken per jaar schreef.

9. Stripverhalen

Ook voor stripverhalen blijft in de tweede helft van de jaren 60 in Indonesië een markt bestaan. In deze vitrine: in stripvorm uitgegeven verhalen uit het Ramayana en het Mahabharata, twee van oorsprong Indiase hindoe-epen, en stripverhalen waarin de clownfiguren uit de Javaanse wayang figureren.

10. Nationalistische thema's in de Maleisische literatuur

Ook de moderne Maleisische literatuurgeschiedenis laat men rond 1920 beginnen. Na 1945 wordt de roep om onafhankelijkheid ook in Maleisië steeds groter. De onafhankelijkheid wordt daar echter pas in 1957 werkelijkheid. Een aantal auteurs verenigt zich in augustus 1950 in de ASAS 50 (Angkatan Sasterawan '50 = de generatie van schrijvers van '50). Zij spreken zich uit voor seni untok masharakat (kunst voor de maatschappij) en zijn overtuigd dat 'taal en literatuur dé middelen zijn in de strijd voor vrijheid, rechtvaardigheid, welzijn en vrede'. Hier: romans, verhalen- en gedichtenbundels van auteurs die al voor de oorlog schreven, zoals Anwar en Harun Aminurrashid, en van auteurs die zich verenigden in de ASAS 50, zoals Masuri S.N., Usman Awang, Wijaya Mala, en Keris Mas.

11. Maleisische literatuur van na 1957

Na de onafhankelijkheid van Maleisië in 1957 verliest het motto 'kunst voor de maatschappij' van de ASAS 50-schrijvers aan zeggingskracht. In deze vitrine: Romans, korte verhalen en toneeltsksten van auteurs die na 1957 gingen publiceren. Onder hen zijn Kala Dewata, A. Samad Said, Yayha Samah en de van oorsprong Indonesische Arena Wati.

vorige pagina top pagina