Bibliotheken
Tentoonstellingen
Bilderdijk |
‘Ô
bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden
Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman
De volgende onderwerpen komen aan bod:
10. Kwelling en doodsverlangen
Bilderdijk geeft in zijn gedichten blijk van
een diep gewortelde onvrede met het bestaan. Geen andere dichter in de
Nederlandse literatuur heeft het doodsverlangen zo vlijmend verwoord
als hij. Naar eigen zeggen verlangde hij al vanaf de wieg naar de koelte
van het graf, en viel het leven hem sedertdien ‘pijnlijk, lastig en
ledig’. Hij werd gekweld door hevige hoofdpijnen en vele andere al dan
niet ingebeelde kwalen, waarover hij in brieven aan vrienden veelvuldig
klaagde. Om zijn lijden te verzachten nam hij zijn toevlucht
tot het gebruik van opium, dat in de negentiende eeuw vrij en goedkoop
verkrijgbaar was, en dat hallucinaties bij hem teweegbracht.
10.1. Eigenhandig geschreven opiumrecept van Bilderdijk, [z.j.].
Manuscript. [LTK 1612].
–– In dit boekje zijn vele door Bilderdijk zelf geschreven
opiumrecepten opgenomen, aangeduid als ‘Opii puri’. Hoe
erg hij aan de opiumpillen verslaafd was blijkt uit een zin
als deze: ik ‘sidder als ik denk, dat ik ze noodig kon
hebben, en niet bekomen kunnen.’ |
 |
|
10.2. W. Bilderdijk,
Aantekening onder invloed van opium geschreven, 1829.
Manuscript. [LTK 873].
–– Deze passage, geschreven in een schrift vol losse,
warrige aantekeningen, is vermoedelijk onder invloed
van opium ontstaan. Hij beschrijft zijn
hallucinaties, en heeft het onder meer over ‘dubbeld zien’.
|
 |
|
10.3. W. Bilderdijk, De voet in ’t graf. Jongste
gedichten. Rotterdam 1827. [1959 E 17]
–– De afbeelding op de titelpagina van deze
dichtbundel is goed van toepassing op Bilderdijk:
het toont een naar het graf reikhalzende grijsaard. Ook
de titel geeft blijk van het doodsverlangen, dat de
dichter in veel gedichten tentoonspreidde.
|
 |
|
10.4. – W. Bilderdijk: ‘Haarlem’ (1827). Manuscript. [LTK 1821].
–– Haarlem, waar Bilderdijk zijn laatste levensjaren
doorbracht, kwelde hem verschrikkelijk. Hij kon de
stad en haar inwoners niet verdragen, en hekelde
Haarlem in gedichten. Hij bleef tot aan zijn dood naar
Leiden verlangen.
|
 |
 |
10.5. W. Bilderdijk: ‘Op Bilderdijks graf, of by zijne
Afbeelding (uit zijne eigen verzen saamgesteld)’. 1824.
Manuscript. [LTK 1619].
–– In dit zeer toepasselijke grafschrift op zichzelf, blikt
Bilderdijk terug op zijn eigen leven.
|
 |
|
|
|
|