Bibliotheken
Tentoonstellingen
Bilderdijk |
‘Ô
bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden
Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman
De volgende onderwerpen komen aan bod:
7. De Buskruitramp van 1807
Op maandag 12 januari sloeg in Leiden het
noodlot toe. Rond kwart over vier in de namiddag
ontplofte een met 37.000 pond buskruit geladen
schip, dat in het Rapenburg, tegenover het
huidige Van der Werf-park, voor anker lag. De
explosie, die volgens de overlevering tot in
Groningen en Friesland te horen zou zijn
geweest, had rampzalige gevolgen. Huizen en
gebouwen werden verwoest, en er kwamen meer dan
150 mensen om het leven, waaronder twee Leidse
professoren. Een deel van het Rapenburg werd
door de explosie in een ruïne veranderd; zo werd
het gebied na verloop van tijd dan ook genoemd.
Bilderdijk bevond zich ten tijde van de ramp in
Leiden; hij was waarschijnlijk thuis, in zijn
woning aan de Hogewoerd. Niemand van het gezin
raakte gewond, maar het huis liep lichte schade
op. ‘Ik schrijf dezen tusschen de puinhopen van
mijn huis,’ schreef Bilderdijk, overdrijvend,
aan een vriend. Omdat de dichter zijn huis niet
langer bewoonbaar achtte, verhuisde hij naar Den
Haag.
7.1. Brief van W. Bilderdijk aan mevr. Schweickhardt-van Hulst, gedateerd 12
januari 1807. Manuscript. [LTK 1620: 3].
–– Dit briefje stuurde Bilderdijk op dag
van de ramp aan zijn schoonmoeder, om haar
te laten weten dat iedereen van zijn gezin
ongedeerd was.
|
 |
|
7.2 Brief van W. Bilderdijk aan Johannes Valckenaer, gedateerd 19 januari 1807.
Manuscript. [BPL 1039].
–– In deze brief condoleert Bilderdijk
zijn vriend Johan Valckenaer met het
verlies van diens familielid, professor
Luzac, en deelt hij mede dat hij die dag
naar Den Haag zal afreizen.
|
 |
|
7.3. R. Vinkeles & D. Vrydag, ‘De Koning
van Holland op de puinhopen van Leyden’.
Naar J.W. Pieneman. Staalgravure. In: W.Bilderdijk & M. Siegenbeek: Leydens
Ramp (1808). [1023 A 9].
–– Direct na de ramp reisde Lodewijk Napoleon naar Leiden, waar hij de
reddingswerkzaamheden leidde, plunderaars liet straffen, en troostende
woorden sprak. Hiermee stal hij niet alleen Bilderdijks hart maar dat van
alle Leidenaars.
|
_grav%20na%20p024klein.jpg) |
|
7.4. W. Bilderdijk: ‘Het Dichterlyk Tafereel der Stad Leyden [...]’.
Manuscript. [LTK 392].
–– Een van de dichtstukken die Bilderdijk na de ramp schreef, is deze
satire op het Dichterlijk Tafereel van Robert Hendrik Arntzenius. In het
opmerkelijke handschrift gaf Bilderdijk de regels van deze dichter met rode inkt
weer; zijn eigen vlijmscherpe commentaar schreef hij er met zwarte inkt bij.
|
 |
7.5. L. Portman, Portret van A. Kluit (1735-1807), Leids hoogleraar
geschiedenis, staatsrecht en statistiek. Stippelgravure, [z.j.]. [PK-P-Sin. 16106
suppl.].
–– Professor Adriaan Kluit, een vurige oranjeklant, werd, toen het kruitschip
explodeerde, bedolven onder de brokstukken van zijn woning.
Reddingswerkers hoorden hem nog dagenlang met een tafelbel schellen,
maar konden hem niet op tijd bevrijden.
|
 |
7.6. L. Portman, Portret van J. Luzac (1746-1807), Leids
hoogleraar letteren. Stippelgravure, [z.j.]. [PK=P-Sin.
19056 suppl.].
–– Net als Kluit was Luzac hoogleraar en lid van de
Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Door zijn
patriottische sympathieën kwam hij herhaaldelijk met zijn
collega in conflict. Door de kracht van de explosie werd hij
in het Rapenburg geslingerd; hij verdronk.
|
 |
|
|
|