DUISTERE MACHTEN
Gestalten van het kwaad in de wereld van
de islam
Een tentoonstelling van recente boeken uit de Arabische
wereld, Turkije en Indonesië in de Leidse Universiteitsbibliotheek,
6 december 2000 - 29 januari 2001
Samenstelling: Arnoud Vrolijk & Jan Just Witkam |
|
INHOUD
Duistere machten
-
De hellestraf als sanctie
-
Satan en zijn werken
-
Geesten en magie
-
De Antichrist
-
De koran als afweermiddel
-
Het secularisme en het modernisme
-
Verboden genotsmiddelen
-
Vrouwen
-
Islamitische dictators
-
Terrorisme
-
Buitenlandse ideologieën
-
De Satanic Verses
-
Het joodse gevaar
-
Sex als zionistisch wapen
-
De vertalingen van Mein
Kampf
Register van auteurs, editeurs,
vertalers,
illustratoren, plaatsen en uitgeverijen.
De hellestraf als sanctie
[1]
`Adāb al-nār, li-al-šayk
Ṣiddīq Ḥasan Kān ; dirāsa wa-šarḥ
wa-taqdīm al-Sayyid al-Ğumaylī. 3e
| dr., Bayrūt :
Dār al-Biḥār, 1993. |
8357 B 1 |
‘De kwelling van het hellevuur.’
Dit is een herdruk van een negentiende-eeuwse
evergreen van de Indiase geleerde Muhammad Siddiq Hasan Khan, die overleed in
1889. Aan de hand van een groot aantal koranverzen en uitspraken van de profeet
Mohammed wordt een beeld geschetst van de Hel: waar hij zich bevindt, hoeveel
toegangspoorten er zijn, wie de hel bevolken, hoe de zondaars eeuwig branden
maar niet door het vuur verteerd worden, hoe zij ademhalen en wat ze eten.
Omslag: een vuurgloed met een duivel met spitse
oren en bloeddoorlopen ogen en een vallende zondaar met van angst opengesperde
ogen. (AV)
|
|
[2]
63 Qiṣṣa min nihāyat al-ẓālimīn,
ğam` wa-i`dād Sa`d Yūsuf Abū `Azīz. Al-Qāhira :
Dār al-Fağr li-al-Turāt, 1419/1998.
| Omslagillustratie: Ḍiyā’ Sa`īda. |
8346 A 22 |
‘63 verhalen over het uiteinde der misdadigers.’
In drieënzestig verhalen, doorspekt met
koranverzen en profetische uitspraken, wordt beschreven hoe een aantal vijanden
van de islam in de hel terecht komt en daar gekweld wordt.
Omslag: een vuurgloed met de ‘ijzeren ketting van
zeventig el’, die de zeventig jaar zondig leven van de mens symboliseert (koran
soera 69, vers 32). In het midden een van pijn vertrokken gezicht. (AV)
|
|
[3] Sakarāt al-mawt `alā
al-`āṣī wa-al-kāfir, ğam` wa-tartīb Abū
Muḥammad Ğamāl b. Muḥammad al-Šāmī.
[Ğīza : Maktabat al-Nūr al-Muḥammadī, ca. 1995].
|
Omslagillustratie: ‘Al-Zuhayrī’. |
8338 B 12 |
‘De doodsstrijd van de weerspannige en de
ongelovige’.
In zeer kort bestek (31 bladzijden) wordt
beschreven wat er gebeurt na de dood. Volgens de islam wacht elke dode in zijn
graf op de Dag der Opstanding. Iedereen wordt in het graf ondervraagd door de
twee engelen, Nakīr en Munkar. Zondaars worden al tijdens hun wachttijd in
het graf gepijnigd. De ‘weerspannigen’ die in de titel van het boek genoemd
worden zijn zij die zich willens en wetens tegen God verzet hebben.
Omslag: een man met angstig opengesperde ogen
verdwijnt in een draaikolk van vuur. (AV)
|
|
[4] Itbāt `Adāb
al-qabr wa-su’āl al-Malakayn, al-Imām al-Ḥāfiz
Abū Bakr Aḥmad b. al-Ḥusayn al-Bayhaqī, ḥaqqaqahu
wa-`allaqa `alayhi al-Maktab al-Salafī li-Taḥqīq al-Turāt
al-Islāmī. Bayrūt : Ḍār al-Ğīl ;
al-Qāhira: Maktabat al-Turāt al-Islāmī,
‘Het bewijs van de kwelling van het graf en de
ondervraging der beide doodsengelen.’
Een moderne uitgave van een middeleeuwse tekst van
Abū Bakr Aḥmad b. al-Ḥusayn al-Bayhaqī (994-1066). De
tekst gaat over het wachten in het graf op de Dag des Oordeels en de
ondervraging door de beide engelen, Nakīr en Munkar.
Omslag: een sinistere scčne bij nacht met een vers
gedolven graf. (AV)
|
|
[4a] Kumidī-yi Kudāyān
: haft kwān-i ākirat, niwišta-i Hūšang
Mu`īnzāda. Courbevoie : Ādarkuš, 1379/[2000].
Met vertaalde titel: The comedy of Gods, La
comédie des Dieux.
| Omslagillustratie: Muḥammad Mudabbir. |
8437 C 43 |
‘De goddelijke komedie. Zeven tableaus uit het
hiernamaals.’
In verhaalvorm behandelt deze moderne Perzische
auteur, die in ballingschap in Frankrijk woont, de complete islamitische
eschatologie.
Omslag: een Jeroen Bosch-achtig Perzisch
schilderij van Muḥammad Mudabbir, mogelijk uit de negentiende eeuw. Een
voorstelling van het Hiernamaals: op de voorgrond een allesverscheurende slang
of draak, links een gekroonde figuur met de tekst ‘de Heerser van de Hel’,
rechts een eveneens gekroonde figuur met de tekst ‘de Koning der Kwelling’.
Daarachter zielen die branden in de Hel. Sommigen lijken hun lot neutraal te
ondergaan. Geheel bovenaan de hemel en zijn bewoners, in wit doodskleed gehuld.
Links bovenaan een engel met kroon en vleugels. (AV)
|
|
|