DUISTERE MACHTEN
Gestalten van het kwaad in de wereld van
de islam
Een tentoonstelling van recente boeken uit de Arabische
wereld, Turkije en Indonesië in de Leidse Universiteitsbibliotheek,
6 december 2000 - 29 januari 2001
Samenstelling: Arnoud Vrolijk & Jan Just Witkam |
|
INHOUD
Duistere machten
-
De hellestraf als sanctie
-
Satan en zijn werken
-
Geesten en magie
-
De Antichrist
-
De koran als afweermiddel
-
Het secularisme en het modernisme
-
Verboden genotsmiddelen
-
Vrouwen
-
Islamitische dictators
-
Terrorisme
-
Buitenlandse ideologieën
-
De Satanic Verses
-
Het joodse gevaar
-
Sex als zionistisch wapen
-
De vertalingen van Mein
Kampf
Register van auteurs, editeurs,
vertalers,
illustratoren, plaatsen en uitgeverijen.
Het joodse gevaar
|
[56] Yā muslimūn, al-Yahūd qādimūn,
Muḥammad `Abd al-`Azīz Manṣūr. [Al-Qāhira]
: Dār al-I`tiṣām,
‘O moslims, de joden komen eraan.’
Een analyse van het gedachtengoed en de
strategieën van enkele Israëlische intellectuelen. Allereerst behandelt de
auteur de Israëlische premier en voormalig terrorist Menachem Begin, aan wie de
ergste bloedbaden in een halve eeuw geschiedenisb van Palestina worden
toegeschreven. Daarna behandelt hij Ben Gurion en het boek van Yael Dayan (de
dochter van Moshe Dayan), New face in the mirror (1960). Hij besluit
zijn exposé met een hoofdstuk over de positie van de Talmoed bij de joden.
De schrijver waarschuwt, niet toevallig in het
jaar dat Israël en Egypte vrede sloten, tegen de illusie dat met terroristen
als Begin geen veilige grenzen kunnen worden afgesproken. Hij schraagt zijn
betoog nog met verschillende anti-joodse passages in de koran, bijvoorbeeld
soera 5, vers 64: ‘En de joden zeggen: Gods hand is dichtgekepen. Mogen hun de
handen dichtgeknepen worden en mogen zij vervloekt worden om wat zij zeggen
...’ De auteur roept op tot het hijsen van het vaandel van de ğihād,
de ‘heilige oorlog’, en heeft zijn boek opgedragen ‘aan de helden die de vlag
van de islam zullen hijsen boven de Rotskoepel en de Aqsa moskee’.
Het omslag toont een griezel met verward haar en
gekleed in zwarte kleren die een lange grijphand uitsteekt naar de lezer. (JJW)
|
[57] Al-Islām
wa-al-mu’āmarāt al-Yahūdiyya, ta’līf Muḥammad
Zakī al-Dīn Muḥammad Qāsim.
| Ġardaqa :Dār al-Ṣafwa, 1410/1990. |
8335 B 30 |
‘De islam en de joodse samenzweringen.’
Onder de joodse samenzweringen die de islam
bedreigen verstaat de auteur niet alleen het zionisme, maar ook al die geheime
genootschappen en sekten die actief zijn in de wereld van de islam. Allereerst
is dat de vrijmetselarij, die vrijwel altijd in het haatrepertoire van de
auteurs van dit soort boeken voorkomt. In deze studie gaat de auteur nog wat
verder en behandelt ook de duistere motieven van de Rotary, ‘het andere gezicht
van de vrijmetselarij’, de Zevendedagadventisten en de Jehovah getuigen. Daarna
worden de Qadiyani’s behandeld, die in Nederland meestal Ahmadiyya moslims
genoemd worden, maar die in de islam als afvalligen worden beschouwd omdat zij
het leerstuk dat de profeet Mohammad de laatste boodschapper van God was
verwerpen ten gunste van hun eigen leider Gholam Ahmad Qadiyani (1835-1908). Ten
slotte worden de babi’s, een (tegenwoordig niet meer bestaande) 19e-eeuwse
afsplitsing uit de extreme shi`a in Iran, en hun opvolgers, de baha’is, die tot
een wereldgodsdienst zijn uitgegroeid. Van al deze groepen worden de
geschiedenis, de persoon van de stichter, de belangrijkste leerstellingen, de
voorwaarden van lidmaatschap en hun anti-islamitische activiteit beschreven.
Het spreekt welhaast vanzelf dat zij alle in feite joodse mantelorganisaties
zijn. Het boek eindigt met een oproep tot redding van de Aqsa-moskee die door
vernietiging wordt bedreigd.
Een abstract omslagontwerp, met een vijf(!)armige
kandelaar en de davidsster, geprojecteerd op wat lijkt op land en lucht. (JJW)
|
[58] Al-Yahūd fī
al-ẓalām : dirāsa `an al-wasā’il wa-al-mu’assasāt
allatī ibtakarahā al-Yahūd ḍidd šu`ūb al-`ālam, kanāğir
al-Māsūniyya wa-al-Rūtārī ... fī ẓuhūr
al-ġarbiyyīn wa-al-šarqiyyīn, ta’līf Aḥmad
Šalabī. Al-Qāhira : Al-Zahrā’, 1412/1992.
| Omslagillustratie: ‘Muḥammad Nabīl.’ |
8304 D 49 |
‘Joden in de duisternis : studie over de middelen
en organisaties, bedacht door de joden tegen de volkeren der wereld. De dolken
van de vrijmetselarij en de Rotary in de ruggen van westerlingen en oosterlingen.’
De auteur, die hoogleraar in de geschiedenis aan
de Universiteit van Cairo is, neemt als uitgangspunt voor zijn betoog de
‘Protocollen van de Wijzen van Zion’, het gefingeerde verslag van een
vergadering van joodse wijzen waarin het plan tot joodse wereldoverheersing
wordt gesmeed. Vervolgens behandelt hij de ‘geheime joodse organisaties’ die
naar wereldheerschappij streven en hun activiteiten in het Midden-Oosten. Deze
zijn de vrijmetselarij, de Rotary, de Lions, Yoga (in 1976 in Cairo ontmaskerd
als een politiek-religieuze organisatie die vanuit Israël werd gefinancierd, en
onmiddellijk door de autoriteiten ontbonden), Jehovahgetuigen, het Babisme en
het Baha’isme.
Het omslag vertoont een davidsster die de
bovenzijde is van een ongenaakbaar gebouw, waarvan de fundamenten in het
duister verdwijnen. (JJW)
|
[59] Al-kammāša
al-ṣahyūniyya fī al-sayṭara `alā wasā’il
al-i`lām fī al-`ālam, i`dād Mabrūk `Abd
al-Samī` Muṣṭafā. Al-Ṭā’if : Maktabat
al-Ṣiddīq, 1416/1996.
(Silsilat Brūtūkūlāt
ḥukamā’ Ṣahyūn wa-kaṭaruhā
| `alā al-da`wa al-Islāmiyya ; 3) |
8436 D 63 |
‘De zionistische wurggreep op de macht over de
internationale media.’ Deel 3 van de reeks ‘De Protocollen van de wijzen van
Zion en hun risico’s voor de islamitische geloofsverbreiding.’
Dit is een Saoedi-Arabische publicatie. De auteur,
die doceert bij de sectie ‘Islamitische geloofsverbreiding’, faculteit
Fundamentele theologie, aan de Azhar-universiteit in Cairo, begint met de
beschrijving van de de macht van de zionisten over de pers, de uitgeverij en de
moderne media, en gaat dan verder in op de zionistische pogingen de media in de
wereld te beheersen. Het tweede deel bevat plannen om de zionisten op hun eigen
terrein te verslaan door het oprichten van islamitische uitgeverijen. Het boek
eindigt met citaten uit de koran waaruit blijkt dat alle complotten tegen de
islam zullen mislukken. ‘De strijd gaat door tot de jongste dag!’
Het omslag vertoont een wereldbol, met het
Midden-Oosten en Noord-Afrika als een soort hart ingetekend, die door twee
handen wordt vastgegrepen, de wurggreep uit de titel. (JJW)
|
[60] Al-sūq al-Šarq-Awsaṭiyya : ru’ya
Islāmiyya, Ḥusayn Ḥusayn Šiḥāta.
Al-Manṣūra : Dār al-Kalima, 1418/1997.
| Omslagontwerp
door al-Zuhayrī. |
8435 D 63 |
‘De Midden-Oosterse markt : een islamitisch
gezichtspunt.’
De auteur, die hoogleraar is aan de
Azhar-universiteit in Cairo, bespreekt in dit pamflet hoe zaken gedaan moeten
worden met de joden. Dit komt neer op een vrijwel totale boycott. Hij citeert
verschillende rechtsgeleerde adviezen die directe of indirecte financiële
transacties met de joden verbieden, en geeft zelf een lijst met vuistregels hoe
zakenlieden en consumenten in dezen dienen te handelen (pp. 49-50). Dit alles
gaat uit van de gedachte dat economie het sterkste wapen is dat de moslims
tegen de joden hebben, en dat alleen daarmee Palestina bevrijd en de al-Aqsa
moskee ontzet kan worden.
Het omslag vertoont wat kennelijk bedoeld is als
een joods altaar, met een zevenarmige kandelaar. Ervoor liggen zakken met geld,
kennelijk offers aan de Mammon. Tegen de achtergrond een landkaart van de
regio. Van boven komen stralen goddelijk licht. (JJW)
|
[61] Al-Ṣahyūniyya : siğill tārīkī
aswad, bi-qalam Bāsil Marwān. Al-Manṣūra
: Dār al-Kalima,
‘Het zionisme : een historisch zwartboek.’
Het boekje bevat een lijst van Israëlische
moordpartijen op Palestijnen in de periode van 1947-1996. De auteur kan, te
oordelen aan zijn voornaam Bāsil, een Palestijn zijn. Meer dan een
feitelijke opsomming van de gepleegde gruwelijkheden wordt niet gegeven, de
feiten spreken kennelijk voor zichzelf.
Op het omslag een montage van het Jeruzalemse heiligdom
en een davidsster. (JJW).
|
[62] Al-kaṭar
al-Yahūdī :Brūtūkūlāt ḥukamā’
Ṣahyūn, tarğamat Muḥammad Kalīfa
al-Tūnisī ; taqdīr al-kitāb [...] `Abbās
Maḥmūd al-`Aqqād. Al-Qāhira : Maktabat Dār
al-Turāt, 2e druk [ca. 1976].
‘Het joodse gevaar : de “Protocollen van de wijzen
van Zion”.’
Dit is een vertaling uit het Engels van The
jewish peril. Protocols of the learned Elders of Zion. 5e druk London,
ongedateerd, maar na 1921 (het jaar van publicatie van de vierde druk). Het
bevat ook de inleiding door Sergej Nilus, die de ‘Protocollen’ in 1905 voor het
eerst in het Russisch publiceerde. De Egyptische schrijver `Abbās
Maḥmūd al-`Aqqād (1889-1964) heeft een appreciatie van deze
vertaling van de ‘Protocollen’ geschreven. Door zijn grote gezag in de
Arabische wereld werd het daardoor een ‘net’ boek.
¶ De ‘Protocollen van de wijzen van Zion’ is een
berucht antisemitisch pamflet. Het bevat het fictieve verslag van een
conferentie van joodse wijzen, waarin een plan wordt gesmeed om de wereld te
overheersen. De tekst is een evidente vervalsing. Het blijkt een anonieme
remake te zijn van een oudere tekst door Maurice Joly (1829-1878), getiteld Dialogue
aux enfers entre Montesquieu et Machiavel, ou La politique de Machiavel au XIXe
siècle par un contemporain, die met het impressum Genève in 1864 in Brussel
werd gepubliceerd. De Dialogue was een tegen het regime van Napoleon III
gerichte tekst, waarin Montesquieu voor het liberalisme stond en Machiavelli
voor het cynische despotisme van Napoleon III. In de Dialogue worden
Machiavelli (dus eigenlijk Napoleon III) constateringen over de toestand in
Frankrijk in de mond gelegd, die in de ‘Protocollen’ door de wijze van Zion
worden gesteld, maar dan als projectie in de toekomst. Het betreft in wezen
dezelfde tekst, die in twee perioden voor geheel verschillende doeleinden is
gebruikt.
|
[63] Yahudilik ve dönmeler, Yesevizade. İstanbul :
Araştırma Yayınları, [ca. 1994].
| Omslagillustratie:
Selekta Ajans. |
8301 B 7 |
‘Het jodendom en de joodse bekeerlingen tot de
islam.’
De auteursnaam is mogelijk een pseudoniem. Dit
Turkse boek behandelt de joodse aanwezigheid binnen de Turkse natiestaat.
Uitgebreide aandacht krijgen de dönmeler, de joodse bekeerlingen tot de
islam. Hun bekering werd zelden als oprecht beschouwd en wat dat betreft
deelden zij het tragische lot van de joodse bekeerlingen tot het christendom op
het Iberisch schiereiland. Juist door hun bekering maakten zij zich extra
verdacht, en moesten zij aanzien hoe het wantrouwen tegen hen eerder toe- dan
afnam. In de geschiedenis heeft dat geleid tot vervolgingen van juist de groep
van de dönmeler, en dat op een wijze die maar weinig verschilde van de
methode waarmee de Spaanse inquisitie juist de maranen aanpakte. Uitvoerig laat
de auteur zien dat er in Turkije een bevolkingsgroep is, de joden samen met de dönmeler,
aan wier vaderlandsliefde en loyaliteit ernstig getwijfeld moet worden. De vele
gereproduceerde knipsels geven het boek een soort documentaire authenticiteit.
Het boek kwam uit in een tijd dat er in Turkije een antisemietische sfeer
heerste die in Istanbul leidde tot een aanslag op een synagoge.
Het omslagontwerp toont een moeilijk te identificeren,
enigszins spookachtig persoon (man of vrouw is niet duidelijk) die schuil gaat
achter een masker en gehuld is in een alles bedekkend kleed. De door de
ondergaande zon beschenen stormachtige lucht op de achtergrond geeft het omslag
een extra-dramatische lading. (JJW)
|
[64] Yehova’nın oğulları ve Masonlar : yeni
dünya düzeni’nin gerçek mimarları. İstanbul :
| Bilim Araştırma Grubu, 1993. |
8304 A 6 |
‘De zonen van Jahweh en de vrijmetselaars : de
werkelijke architecten van de nieuwe wereldorde.’
Dit anonieme overzicht brengt alle grote kwesties
van de wereldpolitiek bijeen en verklaart deze door aan te nemen dat er een
sinistere samenzwering van joden en vrijmetselaars bestaat. De vele
gereproduceerde knipsels geven ook dit boek een schijn van documentaire
authenticiteit. Het boek begint met een kort overzicht van de joodse
geschiedenis, dan volgt het relaas van de opname door de Osmanen van de
Iberische joodse gemeenschappen, en hun succes in de Levantijnse financiële
wereld. Het boek bevat verhandelingen over het ‘zionisme en de terreurstaat
Israël’, het Europese fascisme en communisme, de invloed van de Mossad in
Centraal-Azië, de Mossad als criminele organisatie, het Vaticaan en de
zionistische pausen (met een excursus over de moordaanslag op de paus door de
Turk Mehmed Ali Ağca), de banden tussen Mossad en CIA, het schandaal in
Italië rond de P2 loge, de joodse lobby binnen de Nato, het contra-guerrilla
project Gladio, de invloed van de
vrijmetselaars op de ontwikkelingen in Bosnië-Herzegowina, de déconfiture van
Somalië, de rekeningen die Israël op Cyprus te vereffenen heeft, de joodse
invloeden rond de Zwarte Zee, Israël en de Koerden, antisemietistische
provocaties in Turkije, de joodse invloeden binnen de Turkse society, en
vervolgens nog een verhandeling over de dönmeler, de joodse bekeerlingen
tot de islam. Het laatste hoofdstuk is wel heel kwaadaardig. Het bevat de
ledenlijsten van verschillende Turkse vrijmetselaarsloges, compleet met foto’s
van de leden en hun persoonlijke gegevens, adressen thuis en op het werk,
telefoonnummers, enzovoort. Het is duidelijk dat dit niets minder is dan een
hitlist voor wie iets tegen de Turkse vrijmetselarij wil ondernemen.
De omslagillustratie toont een wijze van Zion,
zittend op wat niet anders geduid kan worden dan een brandstapel. In zijn
rechterhand draagt hij een Tora-rol, in de linker hand houdt
hij passer en haak, de symbolen van de vrijmetselarij. (JJW)
|
|
|