DUISTERE MACHTEN

Gestalten van het kwaad in de wereld van de islam

Een tentoonstelling van recente boeken uit de Arabische wereld, Turkije en Indonesië in de Leidse Universiteitsbibliotheek,
6 december 2000 - 29 januari 2001

Samenstelling: Arnoud Vrolijk & Jan Just Witkam

INHOUD

Duistere machten

  1. De hellestraf als sanctie

  2. Satan en zijn werken

  3. Geesten en magie

  4. De Antichrist

  5. De koran als afweermiddel

  6. Het secularisme en het modernisme

  7. Verboden genotsmiddelen

  8. Vrouwen

  9. Islamitische dictators

  10. Terrorisme

  11. Buitenlandse ideologieën

  12. De Satanic Verses

  13. Het joodse gevaar

  14. Sex als zionistisch wapen

  15. De vertalingen van Mein Kampf

Register van auteurs, editeurs, vertalers,
illustratoren, plaatsen en uitgeverijen.


Geesten en magie


09klein.jpg (5866 bytes)[9] Ḥaqīqat al-ğinn wa-al-šayāṭīn min al-Kitāb wa-al-sunna, ta’līf Muḥammad `Alī Ḥamd al-Sayyadābī. Al-Qāhira: Dār al-Ḥadīt, [1989]
Omslagillustratie: ‘Ṭāriq Abū Dikrā’.

8338 B 34


‘De waarheid omtrent djinns en duivels in de koran en de soenna.’

Volgens de islamitische orthodoxie zijn djinns (geesten) en duivels wezens die uit vuur geschapen zijn en die niet door de mensen gezien kunnen worden. Wel kunnen ze de vorm van dieren of zelfs mensen aannemen. Geesten komen expliciet in de koran voor, dus aan hun bestaan mag niet getwijfeld worden. Dit Egyptische boek geeft een volledig overzicht van de geesten en duivels en hun werken, met veel citaten uit de koran.

Omslag: tafereel van een geestbezwering. Een koperen bekken met vuur en rook. Daar bovenuit stijgt een slang op, een symbool van het demonische. (AV)
10klein.jpg (6858 bytes)[10] Al-Bayān al-mubīn fī akbār al-ğinn wa-al-šayāṭīn, li-Ibn Taymiyya ; ḥaqqaqahu [...] Aḥmad Muṣṭafā Qāsim al-Ṭahṭāwī, murāğa`at Aḥmad `Abd al-Tawwāb `Awaḍ. Al-Qāhira: Dār al-Faḍīla, [1994].
Omslagillustratie: ‘Al-Zuhayrī’.

8357 B 2


‘De duidelijke uiteenzetting over berichten omtrent de djinns en de duivels’.

De middeleeuwse Arabische auteur Ibn Taymiyya (1263-1328) staat bekend als een hardliner die zich sterk verzette tegen alle vormen van volksgeloof en nieuwlichterij. Onder huidige fundamentalisten is hij zeer populair. Stellingen van de auteur dat bijvoorbeeld slangen in huis eigenlijk geesten zijn, of dat men een stukje korantekst in water kan weken en vervolgens als medicijn kan gebruiken, behoren dus tot de orthodoxe islam.

Omslag: geesten leven veel onder de grond, bijvoorbeeld in deze onheilspellende  druipsteengrot. (AV).
11klein.jpg (7346 bytes)[11] Al-siḥr wa-al-ğānn bayn al-Masīḥiyya wa-al-Islām, Muḥammad al-Šāfi`ī. Al-`Ağūza [Al-Qāhira]: Dār al-Šabāb al-`Arabī, [1992].
Omslagillustratie: Kamīs Kalaf.

8304 F 37


‘Magie en djinns tussen christendom en islam.’

Dit werk legt de nadruk op de magie als middel om de djinns onder controle te houden of uit een ziek lichaam te verdrijven. Een curieus theologisch vraagstuk is of de rituele wassing verplicht is na sexuele omgang tussen een mens en een geest. Het laatste deel van het boek bevat een interview met een koptische theoloog genaamd Amba Gregorius, over de rol van de duivel in het christendom.

Omslag: een djinn, afgebeeld als een vrijwel gezichtloze persoon steekt vermanend de wijsvinger op. De kattenkop op de voorgrond suggereert de dierlijke vorm die de djinn kan aannemen. (AV)
12klein.jpg (5625 bytes)[12] Kayfiyyat zawāğ al-ğānn min banī al-insān, ğam` wa-tartīb Abū Muḥammad Ğamāl b. Muḥammad al-Šāmī. [Ğīza, ca. 1995].
Omslagillustratie: ‘Al-Zuhayrī’.

8338 B 17


‘Hoe djinns met mensen huwen.’

De mogelijkheid van een huwelijk tussen een mens en een djinn wordt al in de middeleeuwse teksten beschreven. In Egypte komt het regelmatig voor. De auteur verzet zich tegen sexuele omgang met geesten en stelt dat een huwelijk tussen een mens en een geest in juridische zin nietig is. De Groningse arabist Fred Leemhuis schreef een artikel over het onderwerp in het Italiaanse tijdschrift Quaderni di studi arabi 11 (1993), pp. 179-192.

Omslag: een huwelijk tussen een mens en een djinn. Zij in maagdelijk wit, hij keurig in black tie. De officiële stellingname dat geesten niet gezien kunnen worden biedt kunstenaars weinig ruimte, en de tekenaar grijpt terug op oeroude ideeën over demonen als wezens met bokkenhoorns, spitse oren en een harig gezicht. (AV)
13klein.jpg (6063 bytes)[13] Ṭarīqat ikrāğ al-ğānn min ğism al-insān, ğam` wa-tartīb Abū Muḥammad Ğamāl b. Muḥammad al-Šāmī. [Ğīza, ca. 1995].
Omslagillustratie: ‘Al-Zuhayrī’.

8338 B 9


‘Methode voor het uitdrijven van djinns uit het menselijk lichaam.’

Dit boek heeft het exorcisme als onderwerp, het uitdrijven van duivels. De auteur stelt dat het uitspreken van magische formules het kwaad alleen maar verergert en dat men het meeste baat heeft bij het uitspreken van geselecteerde koranpassages.

Omslag: een zieke man in de greep van een duivel met spitse oren met ring, hangsnor en puntbaardje. De dode tak kan duiden op het onherbergzame landschap waar de geesten verblijven. (AV)
14klein.jpg (7443 bytes)[14] Ḥiwār sākin ma`a ğinn muslim wa-ğinn masīḥī, Muḥammad `Abduh Maġāwirī. Al-Manṣūra: Maktabat al-Īmān, 1416/1995.
Omslagillustratie: ‘Sulṭān.’

8338 B 16


‘Verhitte discussie met een islamitische en een christelijke djinn.’

Bij het uitdrijven van geesten uit een ziek lichaam is het zogenaamde Lichtvers uit de koran een zeer krachtig wapen: ‘God is het licht der hemelen en der aarde...’ (koran soera 24, vers 35), net als het Troonvers, ‘... Zijn zetel is uitgebreid over de hemelen en de aarde ...’ (koran soera 2, vers 255). Een kunststukje van de auteur is het bekeren tot de islam van een christelijke djinn genaamd Ğirğis (Georgius, Joris).

Omslag: de verschrikkingen van de hel liggen vervat in de gelaatsuitdrukking van deze duivel. (AV)
15klein.jpg (5235 bytes)[15] Abnā’ Ādam min al-ğinn wa-al-šayāṭīn, Muḥammad Munīr Idlibī. Dimašq: Dār al-Ahālī, 1993.

(Silsilat al-Islām alladī yağhalūn ; 2)

8279 C 15


‘Mensenkinderen onder de djinn en de duivels.’

Een geheel ander geluid is afkomstig van deze Syrische schrijver. Met behulp van de koran en de traditie van de profeet Mohammed onderbouwt hij de stelling dat het bestaan van duivels en geesten op volksgeloof en fantasie berust. Hij beschouwt ‘exorcisten’ als zakkenvullers en citeert met verbijstering de woorden van de Egyptische sjeik Ša`rāwī, die het gebruik van magie niet alleen mogelijk maar ook wenselijk acht (p. 347).

Omslag: ondanks de positivistische toon van dit boek heeft de uitgever gekozen voor een wat griezelige voorstelling met een half aangevreten, blind gezicht en een vogelverschrikker. (AV)

16klein.jpg (5234 bytes)[16] Ta`ğīl al-manfa`a fī bayān al-šurūr al-arba`a, al-siḥr wa-al-ḥasad, ta’līf `Abd al-Muḥsin al-Ruwayšid. Al-Kuwayt : Maktabat al-Imām al-Dahabī, 1999.
Omslagillustratie: Markaz al-Makṭūṭāt wa-al-Turāt

wa-al-Watā’iq, al-Kuwayt.

8438 B 3


‘Het onmiddellijk profijt van een uiteenzetting over de vier kwaden, de magie en de afgunst.’

Deze publicatie uit Koeweit legt uit wat men kan doen om zich te verweren tegen afgunst. Middels magie kan een jaloers iemand grote schade  toebrengen aan iemand die meer zegeningen van God ontvangen heeft dan hijzelf. Een krachtige amulet is soera 113 van de koran, ‘de Doorbraak’: ‘Zeg: Ik zoek toevlucht bij de Heer van de doorbraak voor het kwaad van dat wat Hij geschapen heeft en voor het kwaad van een stikdonkere nacht wanneer hij opdoemt en voor het kwaad van haar die op de knopen blazen en voor het kwaad van een afgunstige in zijn afgunst.’

Omslag: de tekst van soera 113 staat afgebeeld op een soort planeet, cirkelend rondom de zon. (AV)

17klein.jpg (7247 bytes)[17] Ma`lūmāt hāmma ḥawl adā al-ğinn, `Abd Allāh al-Ḥaddād. [Al-Kuwayt : s.n.], 1416/1995.  (Silsilat Min adā al-ğinn ; 1)
Omslagillustratie: ‘Kālid Ibrāhīm’.

8435 F 40


‘Belangrijke informatie over de schadelijkheid van de djinn.’

Magie bestaat en werkt wel degelijk, maar God heeft de mensen verboden om er gebruik van te maken. De schrijver verwerpt het dragen van kleine korans als amulet, handlezen, koffiedikkijken en seances met geesten.

Omslag: afbeelding van een verboden geestenbezwering met een bekken met gloeiende kolen. (AV)
18klein.jpg (7952 bytes)[18] Taḥṣīnāt al-insān min al-ḥasad wa-al-siḥr wa-al-ğānn, Mağdī Muḥammad al-Šahāwī. Al-Qāhira : Maktabat al-Qur’ān, [1991].                               
Omslagillustratie: ‘Ğalāl `Ubāda.’ Privécollectie

‘Bescherming van de mens tegen de afgunst, magie en de djinn.’

Veel wetenswaardigheden om zich op religieus correcte wijze te beschermen tegen de vloek van de jaloezie (‘het boze oog’), magie en geesten. Het boek bevat een korte lijst met alle manieren waardoor de Satan toegang krijgt tot het hart van de mensen. De inhoud vertoont sterke overeenkomsten met de christelijke ‘hoofdzonden’: woede, begeerte, afgunst, gierigheid, gulzigheid, kwaadspreken, hovaardij etc. Als remedie een aantal toepasselijke koranpassages.

Omslag: een kunstzinnige voorstelling waarin prominent het ‘Fatimahandje’ voorkomt, een populair afweermiddel tegen het Boze Oog.  (AV)
19klein.jpg (4781 bytes) [19] Burōng: suatu analisis historis fenomenologis dan hubungannya dengan Animisme, Dinamisme, dan Hinduisme dalam Masyarakat Islam Aceh, Husainy Isma’il. Jakarta : Penerbit Erlangga, 1990.
  Privécollectie

‘De boze geest Burōng : een historisch fenomenologische analyse en de relatie tot  het animisme, dynamisme  en hindoeďsme in de islamitische samenleving van Atjeh.’

Burōng is de boze geest van een vrouw die tijdens de bevalling gestorven is, een wijdverbreid  volksgeloof in het streng islamitische Atjeh (Indonesië). De auteur koppelt het verschijnsel aan de voorgangers van de islam in Atjeh, zoals het animisme en het hindoeďsme.

Omslag: Disney-achtige voorstelling van kwade geesten. (AV)
20klein.jpg (7269 bytes)[20Menyingkap rahasia alam jin dan selukbeluknya, oleh Mushthofa Ashur, alih Bahasa Ladzi Safrony. Surabaya : Bintang Timur, 1994.
  Privécollectie

‘Onthulling van de geheimen van de wereld van de djinn en hun eigenschappen.’ Oorspronkelijk een Arabisch werk door Mustafa `Ašur, hier in Indonesische vertaling. De auteur behandelt het bestaan van de duivel en de djinn aan de hand van passages uit de koran en de traditie van de profeet Mohammed. De Arabische teksten zijn voorzien van een vertaling in het Indonesisch.

Omslag: voorstelling van een eerder Chinees dan Indonesisch aandoende persoon in meditatieve zithouding. Tussen de gevouwen handen een brandend wierookstokje. Om hem heen verscheidene, door hem opgeroepen geesten. (AV)

Begin van de pagina


Verder