|
Christiaan Huygens. Facetten van een genie
De manuscripten
8 april 31 mei 2004
Tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek Leiden
2. Huygens en Frans van Schooten (1645-1660)
Ofschoon rechtenstudent als zijn broer Constantijn hield Christiaan
zich in de Leidse studietijd – naast tekenen – vooral bezig met
wiskunde. Daartoe kwam hij onder de hoede van Frans van Schooten Jr, die
in Leiden Nederduytsche Mathematique onderwees. Van Schooten maakte de
jonge Huygens (en andere leerlingen als Johan de Witt) via
privaatcolleges vertrouwd met de wiskundige denkbeelden en werken van
Descartes. Christiaan bleef na zijn vertrek uit Leiden intensief contact
houden met Van Schooten tot diens dood in 1660. Hiervan getuigt de
omvangrijke correspondentie bewaard in de Leidse Huygenscollectie (en
uitgegeven in de eerste delen van de Oeuvres complètes, zie
vitrine 9)
 |
2.1. Frans van Schooten Jr (1615-1660), Leids hoogleraar
Nederduytsche Mathematique en wiskunde 1646-1660. Litho in
kleur. [Academisch Historisch Museum, inv. 3542] |
 |
2.2. Constantijn Huygens, ‘Vervolgh
van ’tLeven mijner sonen, voor desen, in een ander Boeck, elck
in ’tbysonder beschreven’. Manuscript, 2e helft 17e eeuw. [HUG
30 II]
–– Aantekeningen van vader Huygens over de vorderingen van
Constantijn en Christiaan in hun eerste studiejaar te Leiden:
“Tot Leiden besteedde ickse met eenen oock onder den jonghen
Schooten, korts daernae Professor Matheseos vernaculae in
plaetse van syn Vader. dese leerde haer Algebram van M.
Descartes, ende sagh met extreme verwonderingh aen hoe
insonderheit Christiaen sich daervan quete; soo dat inde oude
schrijvers selfs niet en wierde gevonden, oft hij sagh’er door
ende kreegh de reputatie, die hij wel waerd was, van doemaels de
geleerdste mathematicus van alle de jeughd te Leiden te zijn
[...]”.
|
 |
 |
2.3. Wiskundige vraagstukken en
aantekeningen, genoteerd door Frans van Schooten (1645) en
Christiaan Huygens (1650-1657). Manuscript, 1645-1657. [HUG 12]
–– In het begindeel noteerde Van Schooten voor Christiaan een
soort doorlopende cursus algebra, geheel ingericht in de geest
van Descartes. Ook een hoogvlieger als Huygens begint in deze
cursus bij de bodem, zoals vraagstuk 7 duidelijk maakt (links):
Drie personen A, B en C hebben samen 31 geldstukken. A heeft er
3 meer dan B; B heeft er 2 meer dan C. Hoeveel munten heeft
ieder? |
 |
 |
2.4. Brief van Christiaan Huygens
aan Frans van Schooten, gedateerd 7 november 1652. Minuut (= OC
135b). [HUG 45]
–– Hoe snel Huygens’ ster in zeven jaar tijd gerezen was,
blijkt uit deze kladversie van een brief uit 1652 waarin
Christiaan zijn vroegere leermeester Van Schooten diens bijna
kritiekloze verering van Descartes voorhoudt (rechtsonder):
Quod fidem mihi negasti cum de invento meo nupero te certiorem
feci ... – “Dat u geen geloof hecht aan mijn nieuwe vondst
waarover ik u onlangs berichtte, verheugt mij zeer omdat die
vondst mij van te meer gewicht schijnt, nu ze mij de gelegenheid
biedt naar mijn beste vermogen dat betreurenswaardige
vooroordeel bij u te bestrijden, dat u ertoe brengt bij de
woorden van Descartes te zweren. Ofschoon ik steeds zijn
bewonderenswaardig vernuft erkend heb, stel ik hem toch niet zó
hoog [dat ik het niet wenselijk zou vinden, de dingen die hij
vaak zonder bewijs pleegde te beweeren aan de waarheid te
toetsen].” |
 |
|