Boudewijn Büch (1948-2002), Werther in Leiden
Aan Boudewijn Maria Ignatius Büch
Sombere Orfeus zonder Echo, hoor
Ongehoord zwijgen, onherroepelijke rouw
Binnen het donker van dit hemelsblauw –
O ogenblik; geen beeld dringt hier meer door
Bovenstaande tekst werd door Boudewijn Büch zelf gedrukt op de persen
van Sub Signo Libelli in de herfst van 1979. [20081
H 5]
Bibliofiele uitgaven
Boudewijn Büchs fascinatie voor drukkerijen en druksels nam een aanvang
op jonge leeftijd. In Pers no. 14. Een Leidse private press
en zijn voorlopers [S 9151;
39] haalt Büch herinneringen op aan zijn eerste bezoek aan de drukkerij
van De Wassenaarder, waar met sissend lood een krantje werd gedrukt.
In zijn Leidse studententijd in de vroege jaren zeventig woonde Büch
in Leiden. Hij was lid van de kunstenaarsgroep De Bange Duivel. Deze
commune was gevestigd in een huis met een eigen drukkerij in de Bakker
Korffstraat. Enkele kunstenaars die aan deze ‘cultuurpolitieke leefgemeenschap’
waren verbonden drukten daar hun etsen af. In ieder geval is er een
project van de Bange Duivel bekend waaraan Büch een bijdrage heeft geleverd.
Dat was een van borduursel voorziene cassette met prenten onder de titel
Een hol kinderhoofd in de leegte waaraan enkele gedichten van
Büch waren toegevoegd. Büch heeft zijn meer uitgebreide drukkerij-ervaringen
beschreven in een vier verhalen onder de titel Hoe word ik schrijver
(1985-1986).
Na zijn vertrek uit de leefgemeenschap kwam Büch in contact met de meesterdrukker
Ger Kleis van de bibliofiele pers Sub Signo Libelli. Bij deze drukker
verschenen veel van Büchs gedichten in eerste uitgave. Op de tentoonstelling
zijn enkele bijzondere en zeldzame uitgaven te zien van deze pers.
|
-
|
Boudewijn Büch, Nohant. Sub Signo Libelli 1979.
Oplage van 20 van Romeins genummerde en gesigneerde exemplaren, met
een lithografie Vladimír Suchánek en 55 Arabisch genummerde op gehammertes
Zerkall-Bütten papier; Bibliografie SSL 49] [20672
E 49a] |
|
|
|
-
|
Boudewijn Büch, Het androgyn in ska. Figuren.
Sub Signo Libelli 1982. [Oplage van 75 exemplaren, waarvan 20 luxe
gebonden, 25 in linnen en 10 gebrocheerd; Bibliografie SSL 83] [20672
E 38] |
|
-
|
Boudewijn Büch, C’est la mort qui console, hélas.
Sub Signo Libelli [gedrukt in een oplaag van 100 exemplaren ter gelegenheid
[van] het tweejarig bestaan van Binderij Phoenix. 1 april 1983; Bibliografie
SSL 98] [20672 E 98] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Boudewijn, Drie Reve-gedichten.
Sub Signo Libelli 1994. [Geschreven t.g.v. Gerard Reves zeventigste
verjaardag en des zangers vijfenveertigste. - Oplage van 75 genummerde
en gesigneerde ex. - Aan 42 ex. werd als bijlage (eveneens genummerd
en gesigneerd) het vierde Reve-gedicht 'Ohne Jahresangabe' toegevoegd,
zowel gedrukt als in handschrift van de auteur + een rectificatie
met twee toegevoegde dichtregels in hs.; Bibliografie SSL 211] [20672
E 211] |
Van de samen met Ernst Braches en Ernst Willem Boissevain te Overveen
opgerichte drukkerij waar onder verschillende (fake)imprints uitgaven
werden gedrukt is een druksel van de Plim’s Stoomdrukkerijen C.V. te zien.
|
-
|
Boudewijn Büch, Bibliotheek II, [Overveen]
: Plim’s Stoomdrukkerijen, 1985. [Oplage van 30 genummerde en gesigneerde
exemplaren]. [20678 C 23].
|
Andere bibliofiele uitgaven op deze tentoonstelling:
|
-
|
Boudewijn Büch, Anabasis : een reisverhaal, Biggekerke,
Spuit 11, 1994.[oplage van 33 genummerde exemplaren]. [20648
D 30] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Drank- en drukzucht,
Amstelveen : AMO 1985. [Oplage van 35 gesigneerde ex.; genummerd I-VII
(gebonden) en 1-28 (gebrocheerd)]. [20678
B 10] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Dood kind. Lamenti, Amsterdam,
De Arbeiderspers 1982. [Opl. van 1250 ex., waarvan 35 ex. geb., gesigneerd,
genummerd 1-25 en I-X hc. en voorzien van een bijlage. De bijlage
heeft als titel Droomrijtuig, is gedrukt op de Sub Signo Libelli
pers en bevat tevens het gedicht in handschrift] [20671
B 29] |
Zover bekend heeft Boudewijn Büch slechts een keer onder pseudoniem iets
gepubliceerd. Deze curieuze plano is wellicht een oefening geweest voor
het zetten en drukken van teksten op een handpers.
|
-
|
Prof Mr Dr Lothar Mantoua S.J. [=Boudewijn Büch], Inleiding
tot de Hollandsche Rijmhistorie. Uitgeverij Inktmug GmbH. [20081
H 5] |
Romans en dichtbundels
De romans van Boudewijn Büch werden niet altijd met lof ontvangen. De
aandacht ging voornamelijk uit naar andere aspecten van zijn werk. Toch
is een van de romans van Büch De kleine blonde dood (Amsterdam,
De Arbeiderspers 1985) [1299 E 65]
verfilmd en onder een groot publiek bekend geworden. De aanzet tot deze
roman was al gegeven in enkele stukjes van Büch in het Leids universiteitsblad
Mare in de periode 1980-1981. Deze stukjes werden het jaar daarop
gebundeld in
|
-
|
Boudewijn Büch, Een kleine blonde dood. Amsterdam,
Guus Bauer, 1982. [1287 D 15] |
In deze roman verwerkte Büch de dood van ‘een vroeg gestorven jongen’
waarvan men aanneemt dat deze romanfiguur zijn oorsprong vindt in de op
zes-jarige leeftijd gestorven zoon van de schrijver.
Bijna alle romans van Büch hebben een hoog autobiografisch gehalte en
grijpen terug op de (traumatische) jeugd van de auteur in Wassenaar. In
veel gevallen gebruikte Büch de roman als afrekening (ook de titel van
een van zijn romans) met dat verleden. Zo rekende hij op bijzondere harde
wijze af met de tijd dat hij in Leiden deel uitmaakte van de commune De
bange duivel in zijn roman Links! Een rode burleske (1986). In
Weerzien (Amsterdam, De Arbeiderspers 1984) [1280
E 61] had Büch al afgerekend met zijn familie, met name zijn moeder
en zijn geboortedorp Wassenaar.
In het romandebuut van Büch, voert hij een alter ego op onder welk pseudoniem
later nog een afzonderlijk druksel is verschenen (zie Bibliofiele uitgaven):
Lothar G. Mantoua.
|
-
|
Boudewijn Büch, De blauwe salon. Berichten omtrent
leven en wedervaren van een jongeman. In het licht gegeven door Lothar
G. Mantoua. Amsterdam, De Arbeiderspers 1981 [1284
F 19] |
In de gedichtenbundels komt de thematiek van het werk van Büch nog geconcentreer-der
naar voren: dood, melancholie, muziek en de kleur blauw. De titels spreken
wat dat betreft boekdelen
|
-
|
Boudewijn Maria Ignatius Büch, Nogal droevige liedjes
voor de kleine Gijs. Amsterdam, De Arbeiderspers 1976. [1263
D 18] |
|
-
|
Boudewijn Maria Ignatius Büch, De taal als blauw.
Amsterdam, De Arbeiderspers 1977. [1272
E 5] |
|
-
|
Boudewijn Maria Ignatius Büch, De sonnetten.
Amsterdam, De Arbeiderspers 1978. [3337
E 27] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Dood kind. Amsterdam, De Arbeiderspers
1982. [1286 D 16] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Het androgyn in ska en andere gedichten.
Amsterdam, De Arbeiderspers 1985. [1299
C 35] |
Reizen
Al lang voordat Boudewijn Büch bij het grote publiek bekend werd met zijn
reis-programma De wereld van Boudewijn Büch publiceerde hij al
enkele boeken over reizen, en met name over eilanden. De eerste bundel
eilandverhalen, getiteld Eilanden werd gepubliceerd bij uitgeverij
Bert Bakker in 1981. Zelfs daarvoor publiceerde hij regelmatig reisverhalen
en –verslagen in verschillende tijdschriften en kranten. Iedereen zal
zich nog de aanstekelijke manier van vertellen van Büch herinneren als
hij weer voet zette op hem onbekende bodem of oog in oog kwam te staan
met een historische plek.
De eilandenreeks zou uiteindelijk vijf delen beslaan. Op de tentoonstelling
ligt het derde deel getiteld Het ijspaleis (Amsterdam/Antwerpen,
Atlas 1993) [1306 D 19]. Op de
omslag is een groep pinguïns afgebeeld, één van de diersoorten waar Büch
een grote belangstelling voor koesterde.
In opdracht van de in reisboeken gespecialiseerde uitgeverij Hollandia
in Baarn schreef Büch door de jaren heen enkele kleine reisverhalen die
in beperkte oplage verschenen. Büch vormde samen met de aan de Leidse
universiteit verbonden docent Peter van Zonneveld de redactie van de reisverhalen
die door deze uitgeverij werden uitgegeven.
|
-
|
Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld, Reiswoede,
Baarn, Hollandia 1991. [1302 G
40] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Niue Island, Pacific. Het eiland
der wilden. Baarn, Hollandia 1992. [1240
D 71] |
Maar ook voor andere uitgeverijen en gelegenheidsuitgaven was genoeg
stof voorhanden om zijn reisverhalen en bevindingen in het buitenland
kwijt te kunnen.
|
-
|
Boudewijn Büch, Een reis naar Tikania.
Een reisbericht aangevuld met brieven, documenten en andere, verloren
gewaande geschriften. Amsterdam, De Bijenkorf 1991. [1007
E 11] |
|
-
|
Boudewijn Büch, De universiteit van Tuktoyaktuk.
Reisdagboeken. Utrecht, Stichting VSB Fonds 1992. [2979
G 32] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Grafreizen.
Diemen, Vereniging voor crematie AVVL 1994. [Collectie K. van Ommen] |
|
-
|
Boudewijn Büch, Steeds
verder weg. De verzamelaar op reis I. Amsterdam/Antwerpen,
De Arbeiderspers 2002. [Collectie K. van Ommen] |
Zoals deze laatst verschenen titel van Büch overduidelijk maakt, had
hij nog vele plannen als verzamelaar en reiziger voor ons in petto. Welbeschouwd
kwam aan zijn reiswoede geen einde.
Goethe
Een van de grote liefdes van Büch was Johann Wolfgang von Goethe. Büch
probeerde zijn Goethe-verzameling zo compleet mogelijk te maken en volgens
velen was er in het geval van Büch sprake van één van de meest imposante
particuliere Goethe-bibliotheken ter wereld. De verzamelwoede van Büch
ging ver, heel ver. Zo biechtte hij bij het programma van Barend &
Van Dorp eens op dat hij aan de doodskist van Goethe had gemorreld en
als hij de kans had gekregen best een botje van Goethe had willen ‘meenemen’.
Ook wist Büch de Duitse grootheid Goethe in Nederland populair te maken.
Er verschenen zelfs twee omvangrijke bundels met artikelen over Goethe
bij De Arbeiderspers.
|
-
|
Boudewijn Büch, Goethe en geen einde. Amsterdam,
De Arbeiderspers 1990. [1236 E
45] |
|
-
|
Boudewijn Büch, De Goethe-industrie. Een Duitse ziekte.
Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers 2002. [1262
G 19] |
‘Over Goethe in Leiden (!) heb ik eens een jaar lang een reeks geschreven
in het Leids universitair weekblad. Ooit hoop ik nog eens daar een boekje
uit samen te stellen dat ongetwijfeld Werther in Leiden gaat heten’.
Dit schreef Büch in Literaire omreizen. Een idioticon in 1983.
Dat boek is nooit gekomen. Wel werden her en der boekjes over Werther
uitgegeven zoals
|
-
|
Boudewijn Büch, Lotte. Een Wertheriade. Amsterdam,
Uitgeversmaatschappij Tabula 1986. [1302
E 25] |
Boeken, bibliotheken en verzamelingen
Boudewijn Büch was een liefhebber en groot verzamelaar van boeken. Zijn
drang tot het kopen van boeken nam af en toe dwangmatige vormen aan. In
Een boekenkast op reis. Persoonlijke kroniek 1998 (Amsterdam/Antwerpen,
De Arbeiderspers 1999) [1316 G 22]
gunt Büch ons een kijkje in de dagelijkse rondde langs boekhandels, veilingen
en antiquariaten. Hij verzamelde boeken op velerlei gebieden, waaronder
Goethe, reisverhalen ennatuurlijke historie. Natuurlijk had ook de boekhandel
en de bibliotheek zijn warme aandacht. Met de Leidse Universiteitsbibliotheek
onderhield hij goede contacten en hij was een regelmatig terugkerende
gast in de door hem bewonderde Bibliotheca Thysiana aan het Rapenburg.
Hij droeg deze bibliotheek een warm hart toe en heeft zich meerdere malen
ingezet om deze bibliotheek bij het grote publiek onder de aandacht te
brengen. Over de bibliotheca Thysiana en ander bibliotheken verscheen
in 1984 de bundel Bibliotheken (Amsterdam, Synopsis 1985) [1300
G 25]. Ook openbare bibliotheken en boekhandels nodigden Büch graag
uit om een tekst te leveren voor een jubileum of voor een andere gepaste
aanleiding. Büch gaf bijna altijd gehoor aan deze oproepen.
|
-
|
Boudewijn Büch, De Boekhandel, Amsterdam, Scheltema,
Holkema, Vermeulen 1985) [1340
G 32] |
|
-
|
Boudewijn Büch en Peter van Straaten, Openbaar
boekbezit. Over verre leeszalen, kille bibliotheken en vergeten pennevoerders.
Deventer, Openbare bibliotheek 1991. [1014
E 32] |
Een zeer vermakelijk en bijzonder boek is de onovertroffen studie over
de gevaren die een boek kunnen bedreigen. Deze bundel getiteld Boekenpest
(Amsterdam De Arbeiderspers 1988) [1041
G 27] werd in 1988 als nieuwjaarsgeschenk uitgegeven door uitgeverij
De Arbeiderspers voor vrienden en relaties. Gelukkig werd door de uitgeverij
besloten een tweede editie voor de handel uit te brengen.
Büch was niet louter een verzamelaar van boeken maar hij had ook een grote
collectie voorwerpen op het gebied van de natuurlijke historie (het bekende
botje van de dodo), munten en penningen, schilderijen en parafernalia
rond schrijvers en wetenschappers. Als erkenning voor zijn bijzondere
verzameling geldt de tentoonstelling die Büch in 2001 uit zijn eigen bezit
in het Natuurmuseum te Rotterdam inrichtte. Op de voorkant van de catalogus
wordt ons een blik gegund in de privé-bibliotheek waar zelden bezoekers
werden toegelaten.
|
-
|
Boudewijn Büch. Een heel huis vol. Over een natuurwetenschappelijke
verzameling. Amsterdam, De Arbeiderspers 2001. [1347
F 1] |
|
-
|
Boudewijn Büch, De hele wereld in een vitrinekast.
Het Volkenkundig museum & de rest van de wereld. Amsterdam/Antwerpen,
De Arbeiderspers 2001. [1345 E
17] |
Van Rock & Roll tot kinderboek
Boudewijn Büch beperkte zich geenszins tot één discipline in zijn schrijverschap.
Naast romans, gedichten, studies, reisverhalen werden door hem boeken
geschreven over de door hem zo geliefde Rock & Roll muziek (iedereen
kende zijn voorliefde voor de Rolling Stones en wie vergeet ooit de imitatie
van Mick Jagger door Büch)
|
-
|
Boudewijn Büch, Rock ‘n’ Roll. Een persoonlijke
geschiedschrijving. Met een aanbeveling van Adriaan van Dis. Amsterdam,
De Uitgeverspers 1991. [1236 D
47] |
Büch waagde zich zelfs aan een kinderboek met de door hem geliefde pinguïn
in de hoofdrol en stelde vier bloemlezingen samen onder de titel Büch’s
boeket.
|
-
|
Boudewijn Büch & Pauline Drost, Plinius pinguïn,
Utrecht, Uitgeverij Contact 1990. [1282
E 3] |
|
-
|
Boudwijn Büch, Büch’s boeket I. Boudewijn Büch koos
verhalen van auteurs bij Uitgeverij Bert Bakker. Amsterdam, Stichting
CPNB/Uitgeverij Bert Bakker 1985. [1254
D 901] |
Colophon
Assistance and advice: R. Breugelmans, Jos Damen
Texts: Kasper van Ommen
Digital photography: Prof. Jan Just Witkam
Web technician: Hans Tisseur
Completed: November 28, 2002
|