|
25. Album amicorum van Aleyd van Arnhem
Papier, 86 bladen, 282 x 179 mm. Antwerpen en Gelderland, 1578-1593. -
Vrouwenalbum. Nederlandse en Franse inscripties, gedichten en liederen
(9 Nederlandse). [BPL 2267]
Aleyd van Arnhem had zoals veel adellijke dames een album amicorum waarin
vrienden en familie hun bijdragen schreven. Zo’n vrouwenalbum bevatte vaak
allerlei volkstalige liedjes en gedichten, maar ook korte inscripties. Een
bijzondere inscriptie is die van Willem van Oranje. Toen hij zijn devies -
Je maintiendray - noteerde verbleef Aleyd voor enige tijd aan het hof van
Willem in Antwerpen. Later keerde ze terug naar Gelderland, waar ze ook
vandaan kwam.
Op het linkerblad zien we drie korte inscripties. De eerste daarvan, uit
1579, werd door Aleyd zelf genoteerd. Boven het lied op de rechterpagina
staat Op de wyse vande Prince. Waarschijnlijk wordt hiermee bedoeld: op
de wijs van het Wilhelmus. Tenslotte was Willem van Nassau de prins in
die jaren, en de vorm van dit liefdesliedje is gelijk aan die van het
Wilhelmus. Voor Aleyd zal in elk geval meteen duidelijk zijn geweest wie
werd bedoeld.
|
|
26. Overijssels Liedboek
Papier, 211 bladen, 270 x 190 mm. Overijssel (Vollenhove?), 1551-1590. -
Vrouwenalbum. Liederen, spreuken, gedichten, tekeningen met bijschrift.
Nederlands, Frans, Italiaans. 65 liederen. [BPL 2912]
Het Overijssels liedboek is een van de vroegst bekende vrouwenalba en meteen
ook een van de uitvoerigste. Het is bijzonder omdat het niet alleen veel
liederen bevat, maar bovendien rijk is geïllustreerd. Hier zien we rechts
een lied dat begint met Inn bernder gloeth / brentth sych myn hertz (In
een vurige gloed brandt mijn hart). Op de linkerbladzijde wordt dit
treffend geïllustreerd: de dame blust een hoogoplaaiend vuur waarin een
hart ligt te branden. Rond deze tekening zijn allemaal korte inscripties
te lezen, voor het grootste deel aangebracht tijdens een gezellig samenzijn
in 1564. Het gedichtje dat meteen onder de tekening staat, roept deze
bijeenkomst in herinnering:
|
Den tweeden dach van vasten |
|
Hebben wij dit gescreuen als gasten |
|
En consten nijet gangen van hier |
|
Wij en waeren al droncke schier |
|
Want waeren van liefden alzoo sot |
|
Dat wij nijet en lieten inden pot |
[= Op de tweede dag van de vasten hebben wij, die hier te gast waren, dit
opgeschreven. We konden hier niet weggaan; we waren behoorlijk dronken want
de liefde maakte ons zo dwaas dat we niets [geen druppel wijn] in de kan
hebben gelaten.]
|