Het Nederlandse lied tot 1600
Handgeschreven en gedrukte bronnen uit de Leidse collecties
Tentoonstelling van 31 augustus tot 25 september 2001 in de Universiteitsbibliotheek.
Samenstelling: Johan Oosterman.
Inleiding
Tentoongestelde stukken
10. Leidse fragmenten Perkament, 6 bladen, 302 x 222 mm
(afmetingen van bifolia). Holland, circa 1400. - Chansonnier met Latijnse, Franse
en Nederlandse meerstemmige composities. [BPL 2720]
Deze fragmenten vormen de restanten van een chansonnier met composities die
waarschijnlijk rond 1400 aan het Hollandse hof in Den Haag hebben geklonken. Deze
meerstemmige werken ontbreken in het Repertorium van het Nederlandse lied tot 1600,
omdat daarin alleen het eenstemmige lied is geïnventariseerd. Toch behoort het
repertoire van deze fragmenten tot de hoogtepunten van de Nederlandse muziek- en
liedcultuur van rond 1400. De fragmenten bevatten allerlei anonieme werken maar ook
bijvoorbeeld werk van Martinus Fabri, die lid was van de hofkapel in Den Haag. Een
andere componist die met naam genoemd wordt is Hugo Boy Monachus, die uit Dordrecht
afkomstig was. Van zijn hand is de driestemmige ballade Genade vrouwe Venus tzart.
|