|
19. Spelen van Sinne vol schoone allegatien, loflijcke
leeringhen ende schriftuerlijcke ondervvijsinghen. Op de vraghe: VVie den meeesten
troost oyt quam te baten Die schenen te sijn van Godt verlaten. Ghespeelt ende
verthoont met octroy der Conincklijcker Mat. binnen die stede van Rotterdam/bijde
neghen Cameren van Rhetorijcken/ die hem daer ghepresenteert hebben den xx. dach
in Julio/ Anno 1561. Antwerpen: Willem Silvius, 1564. - Rederijkersspelen met
daarin 4 (6?) liederen. [1496 G 9: 1]
Wedstrijden waren onlosmakelijk verbonden met de rederijkerij. Gezelschappen uit
diverse dorpen en steden kwamen samen om in een competitie uit te maken wie het
beste toneelstuk speelde, welk gezelschap de fraaiste intrede hield en welke zot
de mensen het hardst liet lachen. Ook met liederen waren prijzen te winnen, al
was de beloning relatief gering. Het lied stond bij de rederijkers duidelijk
lager in aanzien dan toneelspel en het dichten van refreinen. Tijdens de
Rotterdamse wedstrijd van 1561 verschenen negen rederijkerskamers. Een daarvan
was de toen bloeiende kamer van Rijnsburg, die indruk maakte met een intredeliedje.
|
|
20. [Pieter Cornelisz. van der Morsch], Cort Verhae, Van
tPrincipae, In Leyden bedreven, By Sotten meest, Die op Vrou Lors Feest Waren
verschreven. Den xxvj. Mayus. Anno M.D.XCVI. 1596. Doen Ioncker Morss,, Troude
Vrou Lors Op tLeytsche Toonneel: Won een Zot, van thienen, met Bot Voordienen
Een Ring om zijn Keel. - Rederijkersbundel met zotte teksten. 10 liederen.
[1497 F 3]
In de laatste week van mei 1596 organiseerden de Leidse rederijkers een grote
toneelwedstrijd. Dit moest veel volk naar de stad lokken ten behoeve van een
liefdadigheidsloterij. Veel publiek zou immers leiden tot een hoge opbrengst.
Piero, de zot van de Leidse rederijkers, organiseerde gelijktijdig een
spotwedstrijd in de vorm van een schertshuwelijk tussen Jonker Morsch en Vrouw
Lors. De teksten van deze zotte wedstrijd zijn verzameld in een bundeltje dat
nog in hetzelfde jaar verscheen.
|