Bibliotheken Tentoonstellingen Hora est

Hora est! On dissertations
600.000 proefschriften in de Universiteitsbibliotheek Leiden, 1575-2005

  Inleiding

1

Hora est!  On dissertations

2

Wetenschappelijke vernieuwing –en trivialia
3 Wie is de echte auteur? De praeses!
4 Wie is de echte auteur? De respondens!
5 100.000 Nederlandse proefschriften
6 500.000 internationale proefschriften in Leids bezit
7 Nobelprijswinnaars en ander moois (Thèses Paris)
8 Stellingen en dikke turven
9 Bijzondere vondsten uit de Leidse collectie (1870-1930) (natuurkunde)
10 Bijzondere vondsten uit de Leidse collectie (1880-1910)
11 Bijzondere vondsten uit de Leidse collectie (1880-1910)
12 Het Leidse proefschrift in de 21e eeuw
13 Stavitrine (illustraties)

Use this link for the English introduction

INLEIDING

VIJF EEUWEN DISSERTATIES IN LEIDEN:
SPIEGEL VAN HET WETENSCHAPPELIJK BEDRIJF

Wie anno 2005 een promotieplechtigheid aan een Nederlandse universiteit meemaakt, bezoekt een ritueel dat tegenwoordig de afsluiting is van een jarenlang onderzoeks- en schrijfproces. In deze promotieplechtigheden staat de laatste eeuw altijd een dissertatie centraal. Niet iedereen beseft dat die dissertatie acht eeuwen voorgangers heeft onder verschillende namen, onder andere de disputatio. (1)

Hoe het ceremonieel zich in de Middeleeuwen aan een universiteit voltrok, is bekend. Regelmatig was er een scholastieke disputatio aan het eind van de lectiones (colleges). Vanaf het eind van de dertiende eeuw kreeg de questio disputata, die eerst vooral een verslag van de discussie was, een zelfstandig karakter. De disputatio (2) werd daarmee geïnstitutionaliseerd. “Na de beginargumenten pro en contra [ingebracht door de magister] nam een respondens het woord om zijn positie te formuleren en te verdedigen en om vervolgens de tegenargumenten die door de opponentes tegen zijn redenering werden ingebracht, te weerleggen.”(3) Op een later tijdstip werden dan in de determinatio de standpunten, argumenten en bewijsvoeringen vastgelegd.
De disputatio als verschijnsel krijgt in later eeuwen een andere vorm en een ander karakter.
De grondvorm blijft een openbaar wetenschappelijk debat over een omlijnd onderwerp aan de hand van een voorliggende tekst, inclusief -tot in de 21e eeuw- een optreden van een figuur als de opponens.

De overgeleverde teksten uit vijf eeuwen dissertaties zijn zeer divers. Ze variëren van een velletje met daarop een tiental stellingen tot boekwerken van meer dan duizend pagina’s. Ook het auteurschap is vlottend: tot in de zeventiende eeuw is van een overgeleverde disputatio zelfs mét een titelpagina niet altijd met zekerheid vast te stellen wie nu de echte auteur is. Maar ach, zelfs aan het eind van de twintigste eeuw was nog de verzuchting te horen dat de promotor het proefschrift al klaar had, maar dat de promovendus het nog niet uitgeschreven had. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon.

Eeuwenlang legden auteurs van dissertaties hun gedachten vast op papier. Als beginnend wetenschapper droegen ze daarmee bij aan de vernieuwing van hun vakgebied, en soms kregen ze er zelfs de Nobelprijs voor (Marie Curie-Skłodowska in 1903). Universiteiten verzamelden deze schrifturen en in de universitaire bibliotheken werden de dissertaties in de collectie opgenomen. Vaak ook gebruikten de universiteiten de dissertaties die ter plaatse verdedigd waren als ruilobject met andere universiteiten om daarmee dissertaties, boekenreeksen of tijdschriften uit andere steden of landen, en dus de wetenschappelijke vorderingen elders, in bezit te krijgen. (4)

De Leidse universiteitsbibliotheek was op dat verschijnsel van ruil geen uitzondering, tot de gezamenlijke Nederlandse universitaire bibliothecarissen de ruil van de papieren edities in 2004 beëindigden. In de Leidse collectie zijn naar mijn schatting ongeveer 600.000 dissertaties aanwezig, zo’n 20% van het totaal aantal aanwezige boeken. (Bij die berekening stel ik het aantal titels in de Leidse catalogus op ruwweg twee miljoen en het aantal aanwezige banden op drie miljoen). Van dat half miljoen dissertaties is meer dan de helft -vooral dissertaties verdedigd aan buitenlandse universiteiten- niet gecatalogiseerd. (5)

Een kleine 100.000 van die 600.000 dissertaties zijn werken die zijn verdedigd aan Nederlandse universiteiten in de jaren tussen 1575 en 2005. De samenstelling van de Leidse collectie Nederlandse proefschriften: 15.000 dissertaties uit Leiden, 12.000 uit Utrecht, 10.000 Amsterdam, 5.000 Amsterdam (VU), 8.000 Groningen, 6.000 Nijmegen, 3.500 Delft, 3.500 Rotterdam, 2.300 Eindhoven, 1.800 Wageningen, 1.500 Maastricht, 1.200 Tilburg, enkele honderden uit Franeker, Harderwijk, Breda, Bandoeng, Apeldoorn, Deventer, Kampen en Batavia/Djakarta.. Van die bijna 100.000 zijn enkele duizenden niet gecatalogiseeerd in Leiden: dit zijn vooral dissertaties uit de zeventiende tot en met de negentiende eeuw uit de universiteitssteden Groningen, Utrecht, Amsterdam, Harderwijk, Deventer, Apeldoorn en Franeker.

De collectie buitenlandse dissertaties in Leiden is niet goed in enkele zinnen te omschrijven. Tienduizenden dissertaties uit Duitsland, Frankrijk, Amerika en diverse andere landen zijn gewoon in de catalogus opgenomen en tussen de andere boeken in de universiteitsbibliotheek geplaatst. Ze zijn niet gemakkelijk meer als dissertatie terug te vinden.
Een groot deel van de buitenlandse dissertaties is apart in het magazijn van de Leidse universiteitsbibliotheek geplaatst. Het is een enorme voorraad: precies 700 kasten, 4 kilometer boeken op rij. (6) Het aantal schat ik ergens rond de 400.000 boeken. Van het aantal buitenlandse dissertaties is in het verleden een deel bij binnenkomst gecatalogiseerd en elders in de bibliotheek geplaatst; een klein deel (6.000) gecatalogiseerd en nog tussen de enorme voorraad geplaatst; het grootste deel van de 400.000 is niet gecatalogiseerd.

Samenvattend: in Leiden zijn ongeveer 600.000 dissertaties aanwezig; van de 100.000 dissertaties verdedigd aan Nederlandse universiteiten is 95% gecatalogiseerd en dus op titel, auteur, onderwerp, vakgebied of universiteit vindbaar via de online catalogus; van de 500.000 dissertaties verdedigd aan universiteiten in andere –vooral Europese- landen is naar schatting slechts 20% gecatalogiseerd. (7)

Het bovenstaande roept zeven vragen op. Waar komen die buitenlandse dissertaties vandaan? Uit welke eeuwen dateren ze? Hoe zijn ze in Leiden terecht gekomen? Waarom is zo’n groot deel van die dissertaties niet gecatalogiseerd? Hoe compleet zijn de verzamelingen per universiteit en hoe is de situatie in andere Nederlandse bibliotheken? Wat is het belang van de collectie en zitten er nog schatten tussen die enorme hoeveelheid dissertaties verborgen? Kan deze verzameling een bron vormen voor historisch onderzoek? Hieronder zal ik op deze vragen een voorlopig antwoord proberen te geven.

Herkomst en datering
De dissertaties zijn afkomstig uit ongeveer 170 plaatsen. Twintig daarvan liggen buiten Europa (o.a. Algiers, Baltimore en Johannesburg). De meeste dissertaties stammen uit Duitsland (70 universiteiten) of uit Frankrijk (35 universiteiten). Zo goed als afwezig zijn dissertaties uit Italië, Spanje en Engeland.
De oudste in deze ongecatalogiseerde collectie aanwezige dissertaties dateren uit het eind van de zestiende eeuw (Basel, Strasbourg). Ook uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn er echter duizenden aanwezig: uit Duisburg, Erfurt, Frankfurt (a/M), Freiburg (i.Br.), Genève, Giessen, Göttingen, Heidelberg, Jena, Kiel, Königsberg, Leuven, Marburg, Paris, Praag, Rostock, Tübingen en diverse andere steden.

Naar Leiden
Hoe deze dissertaties hun weg naar Leiden gevonden hebben, is geen compleet raadsel. In jaarverslagen van de Leidse universiteitsbibliotheek uit de negentiende eeuw worden dissertaties enkele malen bij de aanwinsten vermeld, als onderdeel van de ruil met andere universiteiten uit binnen- en buitenland. Gezien de aantallen is het ook zeker dat in de negentiende en twintigste eeuw de proefschriftenruil met andere universiteiten Leiden het overgrote deel van deze dissertaties heeft bezorgd. Ik sluit niet uit dat dat ook geldt voor een groot deel van de dissertaties uit de eeuwen daarvoor. Mogelijk was die ruil zelfs al onder een bibliothecaris als Fredericus Spanheim (1672-1701) het geval. Het is echter aannemelijk dat een deel van de werken in met name de zeventiende en de achttiende eeuw de bibliotheek zijn binnengekomen als onderdeel van een wetenschappelijk legaat of als schenking van hoogleraren. (8)

Niet gecatalogiseerd
Waarom bewaarde de Leidse bibliotheek die honderdduizenden dissertaties netjes, maar catalogiseerde ze het grootste deel niet? Dat ligt waarschijnlijk aan vier factoren. Allereerst is er natuurlijk de enorme hoeveelheid dissertaties die binnen kwam. Ook werd in de zestiende en zeventiende eeuw het wetenschappelijk belang van deze werken niet heel hoog geacht, op de dissertatio pro gradu (voor een academische graad) na. Ten derde werd een eenmaal ingezette procedure (“normaal gesproken niet separaat catalogiseren”) mogelijk ook in Leiden eeuwenlang gevolgd. En ten slotte waren de dissertaties, die immers keurig per stad en daarbinnen per jaar bewaard werden, altijd opzoekbaar als men auteur en plaats van promotie kende. Aan het eind van de negentiende eeuw veranderde de status van het proefschrift en werden de titels van de Nederlandse dissertaties keurig in de catalogus opgenomen; die van de buitenlandse nog slechts voor een geselecteerd deel. Tegenwoordig wordt het wetenschappelijk belang van dissertaties op diverse manieren gezien: enerzijds is er kritiek op de enorme hoeveelheid die geproduceerd wordt (250 per universiteit per jaar is geen uitzondering); aan de andere kant is er waardering voor het wetenschappelijk niveau. (9)

Hoe compleet is de Leidse verzameling buitenlandse dissertaties per aanwezige universiteit?
Beter is het om hier, ondanks de enorme hoeveelheden, te spreken van de mate van onvolledigheid. Per universiteitsstad varieert de hoeveelheid enorm: van een tiental aanwezige dissertaties (Annaberg, Buenos Aires, Ingolstadt, St. Petersburg) tot tientallen kásten met dissertaties (Basel, Berlin, Duisburg, Greifswald, Heidelberg, Jena, Kiel, Marburg, Montpellier, Strasbourg, Tübingen, Würzburg). Van Parijse dissertaties zijn zelfs niet minder dan 120 kasten thèses aanwezig. Dat zijn natuurlijk niet allemaal meesterwerken, maar in 2004 vonden we tussen die massa nog 15 pareltjes, waaronder het daar niet eerder ontdekte proefschrift van Marie Curie –het werk waarvoor ze in hetzelfde jaar de Nobelprijs kreeg. Het stond netjes onder de S in het jaar 1903 bij de Parijse dissertaties. Niemand had in de honderd jaar daarna de moeite genomen onder haar eigen naam (Skłodowska) te zoeken.
Het beleid rond buitenlandse dissertaties in andere Nederlandse universiteitsbibliotheken is nogal divers. In Groningen zijn alle dissertaties compleet in de collectie en in de catalogus opgenomen. In de Utrechtse universiteitsbibliotheek zijn tussen de 750.000 en 1 miljoen buitenlandse dissertaties aanwezig, veelal niet gecatalogiseerd. (10) Ze zijn afkomstig uit Duitsland, Frankrijk, België en Scandinavië.
In de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam is enkele jaren geleden een opruimactie uitgevoerd: de collectie buitenlandse dissertaties (2.5 km plank) werd doorgespit door de vakreferenten en daarna door medewerkers van de Koninklijke Bibliotheek. Wat in het jaar 2000 als belangrijk werd gezien, werd opgenomen in de respectievelijke collecties -in totaal enkele tienduizenden dissertaties. De rest werd van de hand gedaan, of -in bibliotheektermen- gedeselecteerd.

Wat is het belang van deze Leidse collectie?
Het belang van de collectie buitenlandse dissertaties in Leiden is niet te overschatten. De collectie kan dienen voor verschillende vormen van onderzoek. Per stad, per regio of per periode kan een onderzoeker zien hoe een specifiek vakgebied zich ontwikkelde, hoe het wetenschappelijk onderzoek in een bepaald gebied vastliep of juist een sprong maakte, wat de zaken waren waar men zich wetenschappelijk mee bezig hield in een bepaald decennium. Wie een onderzoek wil doen met als bron Duitse dissertaties uit pakweg het jaar 1750 of 1936, kan in Leiden spitten. Een onderzoek naar het medische onderzoek in Frankrijk tussen 1900 en 1920 is mogelijk. Verder vormen met name de duizenden zestiende- en zeventiende-eeuwse dissertaties een zee van mogelijkheden. De Amerikaanse historicus Joseph Freedman deed in 2004 onderzoek naar deze werken en kwam tot enkele verrassende conclusies over veranderingen in het wetenschappelijk proces in de zestiende en zeventiende eeuw. (11)

Verder is er een belang dat de Nederlandse grenzen overschrijdt. Van sommige universiteitssteden worden in Leiden collecties bewaard, die op de plaats van ontstaan inmiddels niet meer aanwezig zijn. Dit omdat simpelweg niet alle oude dissertaties bewaard werden (ook in Leiden is geen complete verzameling Leidse dissertaties aanwezig!); omdat de universiteit ter plekke niet meer bestaat; omdat de betreffende bibliotheek is vernietigd (sommige Duitse steden in WO II) of omdat door de geografische ligging bewaren van het ‘oude’ cultuurgoed geen prioriteit kreeg (Breslau/Wroclaw, Königsberg/Kaliningrad).
Een speurtocht naar bekende auteurs in deze collectie levert regelmatig pareltjes op.
Wekelijks gebeurt dat door aanvragen van onderzoekers in Leiden, maar ook op andere manieren wordt gevonden. Een gerichte zoekactie naar een honderdtal promovendi tussen de niet-gecatalogiseerde dissertaties door Leidse bibliotheekmedewerkers leverde in 2004 tientallen vondsten op: de eerste schreden op het wetenschappelijk pad van eminente geleerden en Nobelprijswinnaars als Bergson, Bohr, Curie-Skłodowska, Durkheim, Einstein, Hahn, Lewin, Planck, Plessner, Pirandello, Stresemann, Warburg, Weber, Wegener, maar ook van een omstreden onderzoeker als Carl Gustav Jung. Let wel: eigenlijk zijn dit dus nieuwe aanwinsten voor de Leidse bibliotheek uit een bestaande collectie.
Een soortgelijke zoekactie zou eigenlijk elke tien jaar herhaald moeten worden: in 2015 kijkt men anders tegen bepaalde auteurs, bepaalde vakgebieden en het onderzoek aan dan nu.
Geregeld systematisch onderzoek in deze enorme collectie levert vermoedelijk ook in de komende decennia meer op dan honderden hoogtepunten uit de wetenschappelijke wereld.

Jos Damen

Noten:

  (1) Het woord dissertatie gebruik ik in dit stuk als verzamelterm voor het Engelse dissertation, het Duitse Inauguraldissertation en Habilitationsschrift, het Franse thèse en het Nederlandse proefschrift en hun voorgangers, ook al ben ik me bewust van de grote onderlinge verschillen.
  (2) Ook de disputatio is niet het enige woord dat voor het verschijnsel gebruikt wordt: verder valt te denken aan dissertatio, excercitatio en thesis.
  (3) Olga Weijers: Begrip of tegenspraak? Analyse van een middeleeuwse onderzoekmethode. (Mededelingen KNAW, NR 65 no. 6, Amsterdam (2002)
  (4) Ik spreek in de verleden tijd, omdat de universitaire bibliothecarissen in een UKB-overleg in 2004 het besluit hebben genomen om met de uitwisseling van Nederlandse dissertaties in boekvorm te stoppen. De ruil met het buitenland werd rond 1990 al stopgezet en geschiedt op dit moment nog in de vorm van een soort bestellijsten.
  (5) Die enorme aantallen en percentages zijn des te opmerkelijker, omdat in de diverse geschiedenissen die over de Universiteitsbibliotheek Leiden geschreven zijn –laatstelijk Magna Commoditas in 2001- vrijwel niets over deze collectie dissertaties gemeld wordt. In het laatste jubelboek valt zelfs het woord dissertatie niet.
  (6) Om precies te zijn: in het gesloten magazijn van de UB de kasten 4334-4483 en 5178-5729.
  (8) Deze veronderstelling dank ik aan R. Breugelmans (september 2004); de veronderstelling wordt ondersteund door bijv. de vermelding “Ex legato Wepferi” in de Heidelbergse disputatie van Johannes Ott uit 1670: Cogitationes physico-mechanicae de natura visionis. In de Parijse dissertatie uit 1754 van Chaupin (De partium externarum generationi inservientium in mulieribus naturali, vitiosa et morbosa dispositione, theses anatomico-chirurgicae) zit een exlibris van Corn. Henr. Â Roy, medicinae doctor.]
  (9) Lars H. Breimer & D. Breimer: A computer-based international ‘Thesis-Line’? In: Trends in biochemical sciences, vol. 20 (1995), pag. 175-176
  (10) Informatie afkomstig van J. van Kooten Niekerk van de Universiteitsbibliotheek Utrecht (email 9 mei 2003)
  (11) Zie de bijdrage van Joseph Freedman in hora_est! On dissertations. Leiden, 2005

 
vorige pagina volgende pagina