|
Bibliotheken
|
|
| omslagen en titelpagina's |
| foto's |
| handschriften |
In 1956
verscheen een ‘lofzang op het vaderschap’, Alissa en Adrienne,
de namen van Morriëns beide dochters.
In 1955
publiceerde Morriën De gruwelkamer van W.F. Hermans, of Ik moet altijd
gelijk hebben.
Adriaan Morriën debuteerde in 1939 met de dichtbundel Hartslag
(Stols, Maastricht).
Vertalingen
zijn soms ook tekenend: Het verhaal van O van Pauline Réage werd
door Morriën vertaald.
In
1945 verscheen bij verzetsuitgeverij De Bezige Bij, in een oplage van
525 exemplaren, de bundel Luchtalarm.
Morriën
publiceerde twee maal zijn levensherinneringen in de reeks Privé-domein:
Plantage Muidergracht (1988) en Ik heb nu weer de tijd (1996).
De springerig
Morriën
schrijft zeldzaam natuurlijk over het menselijk lichaam en over zijn eigen
seksualiteit. Waar beschrijvingen van uiterlijkheden, masturbatie en geslachtsactiviteit
normaal gesproken snel platvloers worden, slaagt Morriën er in om een
fijnzinnige toon te houden. Hij doet dat zowel in zijn gedichten (bijvoorbeeld
in de bundel Een mooi dik meisje zonder borsten (1977)) als in
proza (De Lotus-brieven: het verslag van een betovering (2001)).
|
|