Ludolph van Ceulen en de berekening van het getal PI
4. Werken van tijdgenoten |
|
12 Simon Stevin, La pratique d'arithmetique. Leyde,
| Christophle Plantin, 1585. |
644 D 23:2 |
Deze verhandeling is, zoals vaak, gebonden achter Stevins L'arithmetique uit 1583. Aan het eind van zijn werk, verwijst
Stevin voor verdere studie, naar het 'groote werk' van Van Ceulen. Dit werk is echter nooit verschenen. |
13 Adriaan Anthonisz., Solutie op die een en vijftichste ende
tweenvijftichste propositie, die met wille sonder Facit sijn
voorghestelt in eenen boeck onlancx wtghegheven by Meester
Nicolaum Petri Daventriensem van die inleydinghe hoemen
verstaen ende ghebruycken sal die celeste ende terrestre cloote.
Alckmaer, Aert Cornelissz, 1589.
De uit de strijd tegen Spanje bekende ingenieur en
burgemeester van Alkmaar loste in dit boekje twee opgaven van Nicolaas Pietersz. van Deventer op, die deze 'met wille sonder
Facit', dus met opzet z onder oplossing, had gepubliceerd. Ze gaan over boldriehoeksmeting. De figuren in dit boekje zijn met
de hand getekend op door de drukker in de tekst opengelaten plaatsen. Hij begint met: 'Totten Const Liefhebbende Leser. Het
sullen ter avontuere enige verwondert sijn van dat wij eertijdts hebben geschreven tegens den quadrature des circkels van
Meester Symon van Eycke ende nu weder dese bedencken ende waernemingen op enige propositien by Meester Nicolaum Petri
Daventriensem voor ghewent als ofte wij onse werck alleenlick daer van sochten te maken omme eenen ygelick te berispen.' Het
in dit citaat genoemde geschrift tegen Simon van der Eycke is volgens het vervolg opgesteld op verzoek van prins Willem van
Oranje, maar nooit in druk verschenen. |
14 Josephus Scaliger, Cyclometrica elementa duo. Lugduni Ba-
tavorum, ex officina Plantiniana, apud
| Franciscum Raphelen-
gium, 1594 |
672 A 4:1 |
De grote geleerde J. Scaliger was, na veel moeite, overgehaald naar Leiden te komen, waar hij zich in augustus 1593 vestigde
om de jonge universiteit meer glans te verlenen. Een van de gebruikte argumenten was de aanwezigheid in Leiden van de
drukkerij van Franciscus Raphelengius. Met het drukken van dit boek heeft deze een schitterend stuk werk
geleverd. Helaas is de inhoud niet overeenkomstig de uitvoering. Na een
inleiding, de Prolegomena (p. 1-16), waarin Scaliger zijn rijke
historische kennis toont, ontwikkelt hij theorieën die leiden tot Propositio VI: Theorema. Quadratum ab ambitu circuli decuplum est quadrati a diametro. Dit komt overeen met pi =
√10, een waarde die buiten de door Archimedes berekende grenzen
(3 10/71, 3 1/7) valt. |
15 Adrianus Romanus, In Archimedis circuli dimensionem exposi-
tio et analysis. Apologia pro Archimede ad clariss. virum Jo-
sephum Scaligerum. Exercitationes cyclicae contra Josephum
Scaligerum, Orontium Finaeum et Raymarum Ursum, in decem
dialogos distinctae. Wurceburgi,
|
[Georgius Fleischmann], 1597. |
714 A 12 |
De auteur van dit werk was de Zuid-Nederlander Adriaan van Roomen, in 1597 hoogleraar
geneeskunde te Würzburg, daarvoor te Leuven, waar hij ook wiskunde doceerde. Dit boek,
een bestrijding van de cirkelmetingen van Scaliger, Oronce Finé‚ en Raymarus Ursus (welke laatste twee slechts de door Simon
van der Eycke berekende waarde herhaald hadden), vangt aan met de cirkelmeting van Archimedes. Het meldt echter
zaken, die wij uit geen enkele andere bron vernemen. Romanus schrijft op p. 56 dat het cyclometrische werk van Scaliger nauwelijks
gereed was, toen de 'Excellentissimus nostri aevi mathematicus' (de meest uitstekende wiskundige van onze tijd), Ludolphus van
Collen, het meteen ter hand nam, het grondig bestudeerde en onderzocht. Hij merkte de fouten op, stelde Scaliger op de
hoogte en riep hem tegelijk op het boek terug te nemen, voor het in handen van anderen geraakte. Alleen zo zou zijn aanzien
verzekerd zijn. Scaliger lachte hem echter uit en beweerde, dat het zelfs voor een geleerd wiskundige die lange tijd aan deze
zaken had besteed, onmogelijk zou zijn zijn werk te onderzoeken en ook te begrijpen, laat staan dat een 'pugilis'
(vechtmeester)
dat in tien of twaalf dagen zou kunnen.Dit werk komt reeds voor in de catalogus de Leidse bibliotheek
uit 1623 op p.160, met de mededeling: 'in museo.' |
16 Adrianus Romanus, Chordarum arcubus circuli primariis,
quibus videlicet is in triginta dirimitur partes, subtensarum
resolutio. Wirceburgi,
| Georgius Fleischmann, 1602. |
672 A 6 |
In dit hoogst merkwaardige en unieke werk berekent Adriaan van Roomen verscheidene wortels, die als uitgangspunt moeten dienen voor de berekening van veelhoekszijden en dus van
sinus-waarden. Van Roomen was van plan, volgens Vanden Circkel (1596), fol. 6, een tafel uit te geven in negen
decimalen.Deze is nooit verschenen, doordat Valentinus Otho in zijn Opus Palatinum de triangulis (1596) tafels publiceerde in 10 decimalen.
Dit exemplaar werd door de bibliotheek in 1824 verworven op de veiling van de nagelaten boeken van prof. J.H. van Swinden
(1746-1823). |
17 Christophorus Dibuadius, In geometriam Euclidis prioribus sex
Elementorum libris comprehensam demonstratio numeralis.
Lugduni Batavorum, ex typographeîo Christophori Guyotii,
impensis Joannis Joannidis bibliopolae Arnemensis, 1603.
Dit werk bevat tussen twee Latijnse lofdichten een gedicht van 'Ludolphus van Collen'. Op p. 38 meldt Dibuadius het jongste
resultaat van Van Ceulen: pi in 31 decimalen.
|
vervolg op volgende pagina |
|
|
|