Ludolph van Ceulen
en de berekening van het getal PI
Werken van tijdgenoten (vervolg) |
|
18 Christophorus Dibuadius, Συν
Θεω. Theses philosophicae ex
apiculae illius Gallicae, Fabri Pybracii Mellificio philosophico
bonam partem depromptae, et ad disputandum in illustri Lug-
duno-Bat. Academia a Nicolao Paschasio Dano propositae VII.
Kal. VIIbr. Lugduni Batavorum, ex
| officinâ Joannis Patij, 1598. |
236 A 5:79 |
Door Nicolaus Paschasius opgedragen aan Christianus Barnekawius, heer van Birckholm. |
19a Dirck d'Hollander, Toet-steen van d'algebra spetiosa, alwaer
door Adrianus Twilt byna op een oneyndelijke manier proef-vast
getoetst wordt de 57ste quaestie van Ludolf van Keulen in sijn
boeck des Cirkels [...]. Alsmede noch twee brieven, geschreven
door L. van Keulen aan Nicolaes van Percijn [...]. Amsterdam, G.
Goedesbergh en
| Willem van Beaumont, 1669. |
491 B 4 |
Bevat twee brieven van Van Ceulen uit zijn laatste levensjaar, van 21 maart en 1 mei 1610.
19b
|
|
20 Willebrordus Snellius, Cyclometricvs, de circuli dimensione
secundum logistarum abacos, et ad mechanicem accuratissimâ,
atque omnium parabilissimâ. Eiusdemque usus in quarumlibet
adscriptarum inventione longč elegantissimus, et quidem ex
ratione diametri ad suam peripheriam data. Lugduni Batavorum,
ex officinâ Elzeviriana,
Op p. 54-55 geeft Snellius voor de eerste maal Van Ceulens waarde in 35 decimalen in druk. De tiende decimaal van de
ondergrens is een zetfout: 3 moet 5 zijn. |
21a Frans van Schooten, Mathematische wercken.
In dit bijzonder fraai uitgevoerde handschrift worden
elementaire meetkunde, trigonometrie, landmeetkunde en fortificatie behandeld, de onderwerpen van het onderwijs aan de
ingenieursschool. Het is waarschijnlijk samengesteld in verschillende stadia. Het deel Fortificatie draagt de aantekening:
'Begonnen den 25 November Anno 1622 door Frans van Schooten professor der Fortificatien en Dependerende Scientien
in de Universiteit tot Leyden.' Op f. 93 komt de cirkel voor, omkranst door de beide grenzen voor pi in 35 decimalen, zoals
deze op Van Ceulens grafsteen stond. Diens naam komt op f. 93r niet voor, wel op 93v.
Dit handschrift is een geschenk van J.G. de Hoop Scheffer (1819-1893) bij het 300-jarig bestaan van de universiteit in februari
1875. |
|
21b
|
|
21c
|
|
21d
|
|
21e
|
|
21f
|
22 Adrianus Metius, Manuale arithmeticae et geometriae practicae
in het welcke beneffens de stock-rekeninghe ofte rabdologia J.
Nepperi cortelick ende duydelic t'gene den landmeters ende
ingenieurs, nopende 't landmeten ende sterkten-bouwen
nootwendich is, wort geleert ende exemplaerlick aengewesen. Op
een nieu verrijckt met een nieuwe inventie om alle ronde vaten-
hare
|
wannigheden af te pegelen. Amsterdam, Henderick
Laurentsz, 1634. |
168 H 4 |
Op p. 102-103 vermeldt Metius een vondst van zijn vader, Adriaan Anthoniszoon, die uit de grenzen voor pi 3 17/120 =
377/120 en 3 15/106 = 333/106, door de gemiddelden te nemen van de tellers en van de noemers, bij toeval kwam tot de breuk
355/113, die pi oplevert in 6 decimalen. |
23 Laurens Praalder, Verzaameling van eenige opgeloste zo
bepaalde als onbepaalde mathematische voorstellen, eertyds
door den vermaarden Ludolf van Keulen onder den tytel van
Konstige vraagen, zonder ontbindingen in 't licht gegeeven.
Verrykt met noodige aanmerkingen en nuttige uitbreidingen,
welken tot eene byzondere verklaaring daar toe behooren.
Amsterdam, J.
| Morterre, 1777. |
1393 H 10 |
De honderd opgaven in Vanden circkel hebben blijkbaar anderhalve eeuw de wiskundigen
geprikkeld, totdat Laurens Praalder besloot de oplossingen van de eerste 70 met
aantekeningen te publiceren. De laatste 30 gaan over intrestrekening. |
|
|
|
|